**1..** De aanvraag van een huisvestingsvergunning wordt ingediend bij het bestuursorgaan en gaat vergezeld van de volgende bewijsstukken:
een afschrift van de huurovereenkomst;
een afschrift van de koopovereenkomst;
of andere bewijsstukken die naar het oordeel van het bestuursorgaan noodzakelijk worden geacht
**2..** Het bestuursorgaan besluit de aanvraag niet verder te behandelen, indien de aanvrager niet aannemelijk kan maken dat hij, indien hij een huisvestingsvergunning voor de in de aanvraag aangegeven woonruimte krijgt, die woonruimte ook daadwerkelijk in gebruik zal kunnen nemen, één en ander echter met uitzondering van de gevallen, genoemd in artikel 23, derde lid, van de wet.
**3..** Op of bij de huisvestingsvergunning vermeldt het bestuursorgaan de volgende informatie:
de mededeling dat binnen acht weken van de huisvestingsvergunning gebruik gemaakt kan worden;
de namen van de vergunninghouders;
de plaatselijke aanduiding van het perceel waarop de woning is gelegen, waarvoor de vergunning is verleend.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.2
Aanvragen van een huisvestingsvergunning
Onderdeel van Verordening houdende regels omtrent de verdeling van woonruimte en de wijziging van de samenstelling van de woonruimtevoorraad