Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11

Intrekkings- en wijzigingsgronden

Onderdeel van Verordening ontheffingen berijden voetgangersgebied binnenstad Doetinchem

1.. Een ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: op verzoek van de ontheffinghouder; wanneer de houder van de ontheffing buiten het voetgangersgebied gaat wonen of de aldaar gevestigde onderneming of instelling beëindigd; indien de ontheffinghouder handelt in strijd met de ontheffing of de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen; indien blijkt dat bij de aanvraag van de ontheffing onjuiste gegevens zijn verstrekt; indien sprake is van misbruik van de ontheffing; bij in gebreke blijven van de betaling van de leges bedoeld in artikel 5 zesde lid; na overlijden van de ontheffinghouder. 2.. Onder misbruik van de ontheffing van de ontheffing wordt in elk geval verstaan: het gebruiken van de ontheffing voor een ander doel dan waarvoor de ontheffing is afgegeven; het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige informatie ter verkrijging van een ontheffing; het aanbrengen van wijzigingen op het ontheffingsbewijs die niet door of namens het college zijn aangebracht; het niet (volledig) nakomen van deze verordening; het in het voetgangersgebied zichtbaar in het voertuig leggen van een (kleuren)kopie of andere reproductie van het ontheffingsbewijs; het aan een ander dan rechthebbende ter beschikking stellen van een ontheffing. 3.. Indien sprake is van misbruik van de ontheffing als gevolg waarvan de ontheffing door het college van is ingetrokken, zal gedurende het lopende en het daaropvolgende kalenderjaar geen nieuwe ontheffing worden verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel