Het vrijwilligerswerk, genoemd in artikel 10 lid 2 sub a van de verordening, heeft als doel de belanghebbende met behoud van uitkering, door het verrichten van maatschappelijk zinvolle activiteiten als eerste stap voor te bereiden op arbeidsinschakeling.
Vrijwilligerswerk kan als voorziening een onderdeel van een re-integratietraject zijn en wordt ingezet wanneer door het college aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende op middellange termijn perspectief heeft op regulier werk en vrijwilligerswerk geïndiceerd is.
Vrijwilligerswerk wordt aangegaan voor een periode van maximaal één jaar bij dezelfde organisatie.
Na de termijn genoemd in het derde lid, is vrijwilligerswerk bij een andere organisatie mogelijk.
Wanneer objectief is vastgesteld dat regulier werk niet mogelijk is, kan vrijwilligerswerk worden ingezet gericht op zelfstandige maatschappelijke participatie.