De subsidie kan naast de in de Awb genoemde gevallen worden geweigerd indien:
**1..** de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet of nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;
**2..** de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde;
**3..** de instelling niet voldoet aan de bepalingen, gesteld bij of krachtens deze verordening, die op haar van toepassing zijn;
**4..** de gelden niet of in onvoldoende mate besteed worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;
**5..** de instelling ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan of heeft kunnen beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;
**6..** de aanvrager criteria hanteert, waarmee deelnemers op grond van hun ras, sekse, godsdienst, levensbeschouwing, politieke overtuiging en dergelijke geweerd kunnen worden;
**7..** De activiteit uitsluitend of in hoofdzaak gericht is op of ten dienste is van een godsdienstige of levensbeschouwelijke instelling, politieke partij of vakorganisatie;
**8..** de instelling niet of niet tijdig alle wettelijk voorgeschreven dan wel door de gemeente gevraagde informatie verstrekt die naar het oordeel van de gemeente nodig is voor de beoordeling van het subsidieverzoek;
**9..** de activiteiten van de aanvrager onvoldoende gericht zijn op het beleid van de gemeente.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 11.
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene subsidieverordening De Ronde Venen 2013