Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 4:1

Concept-plaatsingsplan

Onderdeel van Sociaal Statuut Organisatieverandering gemeente Zoeterwoude

1.. De gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor het opstellen van een concept-plaatsingsplan. 2.. De medewerker wiens functie in overwegende mate ongewijzigd blijft en waarvan het aantal formatie-uren niet wordt teruggebracht, heeft recht op plaatsing in deze functie (“mens volgt functie”). 3.. Als bij toepassing van lid 1 en 2 meer kandidaten beschikbaar zijn, geldt dat degene met de meeste in overheidsdienst doorgebrachte diensttijd voor gaat. Bij gelijke diensttijd gaan ouderen voor op jongeren. 4.. Voor de berekening van het aantal dienstjaren in overheidsdienst wordt mede in aanmerking genomen de tijd die de medewerker niet in loondienst werkzaam was, maar die hij heeft gewijd aan de verzorging van tot het huishouden van de medewerker behorende 0-4 jarige eigen, stief- of pleegkinderen tot een maximum van in totaal 6 jaar. 5.. De medewerker die na toepassing van lid 3 niet kan worden geplaatst en de medewerker van wie de functie is opgeheven, wordt bij voorkeur geplaatst in een passende functie met tenminste een functionele schaal, die gelijk is aan de functionele schaal van zijn huidige functie. 6.. Indien een beschikbare functie voor meer medewerkers passend wordt geacht, geldt de in lid 3 genoemde plaatsingsvolgorde. 7.. Indien na zorgvuldige afweging plaatsing in een functie met een gelijke functionele schaal niet mogelijk is gebleken en er op dat moment slechts mogelijkheden zijn de medewerker te plaatsen in een passende functie met een functionele schaal die één schaal lager is dan de huidige functie, dan kan de medewerker in die functie worden geplaatst. 8.. Indien een beschikbare functie met een functionele schaal die één schaal lager is dan de huidige functie voor meer medewerkers passend wordt geacht, geldt de in lid 3 genoemde plaatsingsvolgorde. 9.. Is plaatsing in een passende functie van tenminste gelijke schaal of één schaal lager niet mogelijk, dan wordt de medewerker in het concept-plaatsingsplan aangemerkt als herplaatsingskandidaat, waarbij het college is gehouden flankerende maatregelen te treffen, als bedoeld in artikel 5:2. 10.. De medewerker wordt tijdig in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze kenbaar te maken op de voorgenomen plaatsing dan wel dat hij als herplaatsingskandidaat wordt aangemerkt. 11.. Aan een herplaatsingskandidaat kunnen tijdelijke passende werkzaamheden worden opgedragen. 12.. Bij zich voordoende vacatures genieten herplaatsingkandidaten en medewerkers die volgens lid 7 en lid 5 zijn geplaatst, in de hier genoemde volgorde de voorkeur boven andere kandidaten, voor zover de belangen van de dienst zich daartegen niet verzetten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel