**1..** Ter bewaking van de eenheid in uitoefening van de aan de ambtelijke organisatie opgedragen taken voert de gemeentesecretaris regelmatig overleg met het MT.
**2..** Dit overleg bestaat uit de afdelingshoofden, de gemeentesecretaris en de adjunct-gemeentesecretaris. Afhankelijk van de te bespreken onderwerpen kunnen anderen op verzoek van de voorzitter aan het overleg deelnemen.
**3..** Het MT heeft tot taak:
de coördinatie van en advisering over het personeels- en organisatiebeleid;
de onderlinge afstemming van de managementstijlen;
de coördinatie van activiteiten tussen afdelingen onderling en in relatie tot het bestuur;
de zorg voor planning, prioriteitenstelling en voortgang van de werkzaamheden;
de informatie-uitwisseling van algemene (gemeenschappelijke) zaken;
de zorg voor de beleidsintegratie/de eenheid van beleid binnen de organisatie;
de bespreking en coördinatie van vergaderingen van het college;
de totstandkoming van een mensgerichte en taakgerichte organisatiecultuur;
het tijdig signaleren van relevante ontwikkelingen;
overige zaken, die voor meerdere afdelingen van belang zijn.
**4..** De vergaderingen van het MT vinden in principe één keer per twee weken plaats.
**5..** De gemeentesecretaris stelt de agenda samen en zit de vergaderingen voor. Op verzoek van een afdelingshoofd kunnen agendapunten worden ingebracht.
**6..** Het overleg is richtinggevend voor de koers van de afdelingen.
**7..** De secretaris draagt zorg voor het maken van een beknopt verslag, dat aan alle leden van het MT wordt toegezonden. De afdelingshoofden dragen zorg voor overdracht van het besprokene naar de afdelingen.
**8..** De leden worden, zo nodig, vervangen door een in overleg met de voorzitter aan te wijzen medewerker. De vervanger van de gemeentesecretaris/voorzitter is de adjunct-secretaris.
**9..** De leden van het MT zijn - naast hun individuele verantwoordelijkheid als afdelingshoofd, adjunct-gemeentesecretaris en gemeentesecretaris - medeverantwoordelijk voor:
het management van de totale ambtelijke organisatie;
het ontwikkelen en vasthouden van een mensgerichte en taakgerichte organisatiecultuur;
de organisatieontwikkeling;
een goede communicatie tussen college/directie en de medewerkers binnen de afdelingen;
het eenduidig uitvoeren van het personeelsbeleid;
strategieontwikkeling;
de inhoud van afdelingsoverstijgende adviezen.