Binnen één week na het beoordelingsgesprek stelt de hiërarchisch leidinggevende met inachtneming van het besprokene tijdens het beoordelingsgesprek de beoordeling op.
Het bestuursorgaan stelt de beoordeling vast. Het bestuursorgaan mandateert deze bevoegdheid aan de beoordelingsautoriteit.
De ambtenaar ondertekent de beoordeling voor gezien.
De ambtenaar, de hiërarchisch leidinggevende en de adviseur ontvangen zo spoedig mogelijk een afschrift van de vastgestelde beoordeling. De beoordeling wordt direct na vaststelling door de adviseur gearchiveerd in het personeelsdossier.
Hoofdstuk
Artikel 25:1:4:4
Beoordeling
Onderdeel van Start-, functionerings- en beoordelingsgesprekken