Naar hoofdinhoud

Artikel 23:

Drempelbedrag

Onderdeel van Verordening Leerlingenvervoer Gemeente Groesbeek 2002

1.. De ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal voortgezet onderwijs bezoekt, zijn jaarlijks per leerling een drempelbedrag (voorheen de eigen bijdrage) verschuldigd dat gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de laagste afstandsgrens (waarbij wordt aangenomen dat deze kosten gelijk zijn aan die van een maandkaart met één ster), zoals genoemd in artikel 11, lid 1 dan wel artikel 15, indien het gezamenlijk belastbaar inkomen meer bedraagt dan € 18.605,00 (basis 2001). 2.. De kosten van het openbaar vervoer, genoemd in het eerste lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de zone-indeling in de regeling, gebaseerd op artikel 27, eerste lid, van de Wet personenvervoer, die voor de afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. 3.. Het drempelbedrag, zoals bedoeld in het eerste lid is vastgesteld op € 113,45 (basis 2001). 4.. Het bedrag van € 18.605,00 genoemd in het eerste lid, wordt jaarlijks, ingaande 2002, aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,00. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste lid genoemde bedrag van € 18.605,00. 5.. Het bedrag van € 113,45, genoemd in het derde lid, wordt jaarlijks aangepast aan de stijging van het tarief van een maandabonnement met één ster van het openbaar vervoer. Daarbij wordt voor de berekening uitgegaan van 2001 als basisjaar. Het aldus gevonden bedrag wordt rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,00 en komt in de plaats van het in het derde lid genoemde bedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel