Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
Medewerker: De ambtenaar in de zin van artikel 1:1 lid 1 sub a van de CARIn principe mag geen onderscheid worden gemaakt tussen medewerkers met een vaste en tijdelijke aanstelling. Het kan alleen anders zijn indien er een objectieve rechtvaardigingsgrond aanwezig is voor het maken van onderscheid. Om deze reden kan het toevoegen van een minimale duur van de aanstelling geoorloofd zijn.
Telewerken: Het door de medewerker structureel op basis van een afspraak met de werkgever, vanuit een andere plek dan kantoor, met gebruik van ICT-toepassingen verrichten van werkzaamheden, welke de medewerker ook op zijn oorspronkelijke werkplek had kunnen verrichten.
Telewerkplek: De ruimte, meestal de woning van de medewerker, waar vandaan de medewerker telewerkt.
Verstrekking van een telewerkvoorziening: De medewerker wordt eigenaar van de voorziening.
Het ter beschikking stellen van een voorziening: De voorziening wordt aan de medewerker in bruikleen gegeven en blijft eigendom van de werkgever.
De vergoeding van de voorziening: Een geldbedrag dat de medewerker ontvangt voor de telewerkvoorziening.
Structureel: Op basis van een vaste afspraak gemiddeld één of meer dagen per week.