Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning en/of abonnement verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen.
Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een vergunning en/of abonnement.
Een vergunning/het abonnement kan worden verleend aan:
a.een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in een gebied waar
belanghebbendenplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, te noemen bewonersvergunning/bewonersabonnement (categorie I):
het aantal te verlenen bewonersvergunningen/bewonersabonnementen, wordt verminderd met het aantal bij de woning behorende of zich op het grondgebied van de woning bevindende dan wel op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins ter beschikking van de bewoner staande stallingsplaatsen, gelegen binnen het vergunninggebied waarin aanvrager woonachtig is;
per woonadres, worden maximaal twee vergunningen/abonnementen verstrekt;
b.een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, te noemen bedrijfsvergunning/bedrijfsabonnement (categorie II):
het aantal te verlenen bedrijfsvergunningen/bedrijfsabonnementen wordt verminderd met het aantal bij het bedrijf behorende of zich op het grondgebied van het bedrijf bevindende dan wel op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins ter beschikking van het bedrijf staande stallingsplaatsen, gelegen binnen het vergunninggebied/abonnementgebied waarin aanvrager gevestigd is;
per bedrijf wordt, binnen de gebieden met betaald parkeren, maximaal twee bedrijfsvergunning/bedrijfsabonnementen afgegeven;
c.een eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate, waarvan de
autodateplaats is gelegen in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders/abonnementhouders te gebruiken parkeer-apparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie III);
een eigenaar of houder van een motorvoertuig (categorie IV);
degene die woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of
parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van het parkeren van het motorvoertuig van degene die hem of haar bezoekt, te noemen parkeerkraskaart, (categorie V);
een eigenaar of houder van een motorvoertuig die werkzaam is voor een instelling die voor de uitoefening van de functie of taak binnen Lelystad structureel één of meer motorvoertuigen in de (gehele) gemeente moet bezigen, voor het parkeren op parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen, te noemen zorgvergunning / zorgabonnement (categorie VI);
een eigenaar of houder van een motorvoertuig die als vrijwilliger werkzaam is voor de Bataviawerf en/of het Nieuwland Erfgoedcentrum (categorie VII).
een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in De Stelling of die daar een beroep of bedrijf uitoefent, te noemen een bewonersvergunning/bedrijfsvergunning De Stelling (categorie VIII):
- het aantal te verlenen bewonersvergunningen/bewonersabonnementen wordt verminderd met het aantal bij de woning behorende of zich op het grondgebied van de woning bevindende dan wel op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins ter beschikking van de bewoner staande stallingsplaatsen, gelegen in De Stelling;
- per adres in De Stelling worden maximaal twee bewonersvergunningen/-bedrijfsvergunnngen verstrekt.
Een vergunning of abonnement kan worden verleend aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig.
Een vergunning kan alleen worden afgegeven voor de gebieden waar vooraf betaald parkeren is ingevoerd en/of belanghebbendenplaatsen zijn ingericht.
Een abonnement kan alleen worden afgegeven voor de gebieden waar achterafbetaald parkeren is ingevoerd, met uitzondering van de parkeerterreinen bij Bataviastad en de VOC-garage.
De eigenaar of houder van een motorvoertuig die voldoet aan zowel de onder 3a als onder 3b wordt geacht te beantwoorden aan de onder 3a genoemde voorwaarde.
Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning, danwel een abonnement verlenen aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de in het derde lid genoemde vereisten.
Aan de vergunning, danwel abonnement kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning/het abonnement van kracht is.
Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal uit te geven vergunningen en abonnementen per aaneengesloten gebied en per categorie aanpassen, danwel vaststellen.
Het college kan aan een vergunning en het abonnement voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte, bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van selectief autogebruik.