1. Voor de toepassing van de tarieven wordt verstaan onder:
a. een jaar: een kalenderjaar;
b. een kwartaal: een kalenderkwartaal;
c. een maand: een kalendermaand;
d. een week: een kalenderweek;
e. een dag: een etmaal;
f. een dagdeel: een ochtend (6-12 uur), middag (12-18 uur), avond (18-24 uur) of nacht (0-6 uur).
2. Gedeelten van de in de tabel genoemde tijds- en andere eenheden worden voor een geheel gerekend, met dien verstande dat indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en het hebben van voorwerpen aanvangt in de loop van het tijdvak, de belasting zoveel twaalfden van het over een jaar te betalen bedrag beloopt als er na het aanvangstijdstip nog volle maanden van het belastingtijdvak resteren.
Artikel 5
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting