Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
arbeid: elke lichamelijke of geestelijke inspanning die de werkgever van de werknemer verlangt. Woon-werkverkeer valt niet onder het begrip arbeid, maar het zogenaamde werk-werkverkeer wel.
arbeidsduur: de vooraf vastgestelde omvang van het aantal uren in een bepaalde periode gedurende welke door de werknemer arbeid moet worden verricht.
arbeidsduur per dag: de arbeidsduur zoals die voor de werknemer voor een bepaalde dag is vastgesteld.
formele arbeidsduur per week: de arbeidsduur volgens de aanstelling.
feitelijke arbeidsduur per week: de arbeidsduur zoals die voor de werknemer voor een bepaalde week is vastgesteld.
arbeidsduur per jaar:de naar jaarbasis herleide formele arbeidsduur per week, gecorrigeerd voor feestdagen.
werkdag: een dag waarop de werknemer arbeid moet verrichten.
werktijd: de periode tussen vastgestelde tijdstippen gedurende welke door de werknemer arbeid kan worden verricht. Het begrip werktijd komt in de praktijk overeen met het begrip dienst uit de ATW. De ATW bepaalt daarbij dat de dienst wordt gegrensd door twee periodes van onafgebroken rusttijd.
rusttijd: een onafgebroken aantal uren waarin geen arbeid wordt verricht. De rusttijd is gelegen tussen twee diensten. Voor de rusttijd geldt een minimaal aantal uren.
pauze: een tijdruimte van tenminste 15 achtereenvolgende minuten, waarmee de arbeid tijdens de dienst wordt onderbroken en de werknemer geen enkele verplichting heeft ten aanzien van de bedongen arbeid.
dienst: een aaneengesloten periode waarin arbeid wordt verricht. De duur van de dienst wordt begrensd door twee periodes van onafgebroken rusttijden.
overwerk: de periode dat de werknemer in dienstopdracht arbeid verricht buiten zijn feitelijke arbeidsduur per week. De ATW verstaat onder overwerk een incidentele en een niet periodieke afwijking van de arbeidstijd, zoals die in wettelijke normen vastligt.
verschuivingstoelage: bij een verschuiving van de vastgestelde werktijden, anders dan op verzoek van de werknemer, heeft de werknemer aanspraak op een verschuivingstoelage.
bedrijfstijd: de tijd waarbinnen producten en diensten worden voortgebracht respectievelijk door de klanten kunnen worden benaderd.