Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:
de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het
opvolgen van deze verordening te herinneren;
een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen
dat de spreker zonder verdere interrupties zijn
betoog zal afronden.
Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling
zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk
interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt
hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de
spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem
gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over
het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering
voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
sluiten.
De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid
dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken
belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te
ontzeggen.
Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming
daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo
nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van
zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie
maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2
Artikel 22
Handhaving orde; schorsing
Onderdeel van Reglement van orde voor de raadscommissie 2012