De zittingsperiode van een lid en voorzitter(s) eindigt in ieder
geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad.
Een lid houdt op lid te zijn van de raadscommissie indien hij
ophoudt lid te zijn van de raad.
De raad kan de voorzitter(s) ontslaan.
Een lid en de voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen.
Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het
ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of
zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.
Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist
de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan, met
inachtneming van artikel 4.
Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de
raad, vervalt het lidmaatschap van het lid van rechtswege.
Hoofdstuk 2
Artikel 6
Zittingsduur en vacatures
Onderdeel van Reglement van orde voor de raadscommissie 2012