Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving van het in deze
verordening bepaalde of met de opsporing van een overtreding van de bij
of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot
handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het
leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd om zonder toestemming
van de bewoner een woonschip binnen te treden. Om van deze bevoegdheid
gebruik te kunnen maken is een machtiging op grond van de ‘Algemene wet
op het binnentreden’ vereist.