Naar hoofdinhoud
1.. Het college verleent aan verzoeker toegang tot de integrale schuldhulpverlening, gebaseerd op de uitgangspunten zoals neergelegd in de Kaderstelling “Brummense schuldhulpverlening 2013 - 2016”. De vorm waarin de gemeente integrale schuldhulpverlening aanbiedt, is van meerdere factoren afhankelijk en kan dus per situatie verschillen. De factoren die een rol kunnen spelen zijn: aard c.q. omvang van de schulden; inkomsten en uitgaven; psychosociale situatie of verslavingsproblematiek; houding en gedrag van verzoeker; woonsituatie; een eventueel eerder gebruik van schuldhulpverlening. 2.. De instrumenten die het college naar eigen inzicht kan aanbieden aan belanghebbende in de verschillende fasen als genoemd in artikel 4 van deze beleidsregel zijn: Adviesgesprek: een gesprek waarin de medewerker van het BAC de verzoeker of klant adviseert met als doel dat de klant, met dit advies, zelf duurzame financiële zelfredzaamheid weet te bereiken. De volgende fase is die van de nazorg. Budgetbegeleiding: het stimuleren, motiveren en ondersteunen van een natuurlijk persoon teneinde te komen tot een verantwoord financieel beheer en het aanreiken van vaardigheden. Budgetbeheer: het college beheert het inkomen van de klant. De klant en het college komen een budgetplan overeen voor de betalingen vanuit het inkomen. Budgetbeheer kan ook als voorwaarde gelden voordat wordt overgegaan tot een eventuele schuldregeling. Beschermingsbewind: Het college voert bewind over de goederen van een klant. Bewind wordt ingesteld door de (kanton)rechter die het college benoemt als (beschermings) bewindvoerder. Beschermingsbewind kan ook als voorwaarde gelden voordat er wordt overgegaan tot een eventuele schuldregeling. Betalingsregeling: een regeling die met de schuldeisers wordt getroffen waarbij de schulden geheel worden terugbetaald. Herfinanciering: het verstrekken van een lening om alle schulden ineens af te lossen. Saneringskrediet: aan de schuldeisers wordt voorgesteld om akkoord te gaan met een bepaald aflossingspercentage, welke voor alle schuldeisers gelijk is, en finale kwijting te verlenen voor de resterende schuld. Gaan alle schuldeisers akkoord, dan verstrekt het college een saneringskrediet aan de klant waarmee alle schuldeisers in één keer, conform het overeengekomen aflossingspercentage, kunnen worden afbetaald. De klant heeft hierdoor alleen nog een schuld bij het college. Het aflossingspercentage, en dus de hoogte van het saneringskrediet, wordt berekend op basis van de maximale afloscapaciteit van de klant in 36 maanden. Dit instrument kan worden ingezet in geval van een problematische schuldensituatie. Schuldbemiddeling: aan de schuldeisers wordt voorgesteld om akkoord te gaan met een bepaald aflossingspercentage, welke voor alle schuldeisers gelijk is, en finale kwijting te verlenen voor de resterende schuld. Het aflossingspercentage wordt berekend op basis van de maximale afloscapaciteit van de klant in 36 maanden. Het college reserveert maandelijks de afloscapaciteit en betaalt dit per jaar aan de schuldeisers door. Voorafgaand aan deze betaling voert de Stadsbank een hercontrole uit, waarin bij de klant getoetst wordt of deze zich aan alle gemaakte afspraken houdt en zich maximaal ingespannen heeft om zijn inkomen te behouden danwel te vergroten. Als dat het geval is wordt de schuldbemiddeling voortgezet. Heeft de klant dit niet gedaan, dan wordt de schuldbemiddeling beëindigd. Dit instrument kan worden ingezet in geval van een problematische schuldensituatie. Aanvraag WSNP: op verzoek van de klant dient het college, conform artikel 285 van de Faillissementswet, een verzoek in bij de rechtbank om toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken. 3.. Het college ziet af van het inzetten van een instrument indien het inkomen van de klant ontoereikend is om dat instrument met succes te kunnen inzetten. 4.. Het college ziet af van het inzetten van de instrumenten schuldbemiddeling, saneringskrediet en herfinanciering tot twaalf maanden na het succesvol afronden van een traject integrale schuldhulpverlening met de klant.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel