In tabel 7.1 zijn de tarieven voor de stortingen in de gemeentelijke Parkeervoorziening opgenomen. De tarieven kunnen jaarlijks worden geïndexeerd. De hoogte van de storting is onafhankelijk van de soort ontwikkeling. De hoogte van het te storten bedrag bij realisatie van minder parkeerplaatsen dan de parkeerplaatsverplichting voorschrijft, is afgeleid van de reële aanleg- of stichtingskosten (inclusief de kosten voor grondverwerving). Zie hiervoor tabel 4.2. Een voordeel van een tarief overeenkomstig de reële aanleg- of stichtingskosten is dat met de gelden uit de afkoopregeling daadwerkelijk parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Een mogelijk nadeel is dat de tarieven hoger kunnen zijn dan in omliggende gemeenten, waardoor er eventueel een nadelige concurrentiepositie ontstaat of ruimtelijke ontwikkelingen binnen het bestaande bebouwde gebied bemoeilijkt worden. Een lager tarief betekent weliswaar dat deze nadelen (gedeeltelijk) worden opgeheven, maar de kans bestaat dan dat ondernemers eerder (in)direct zullen kiezen voor een storting in de Parkeervoorziening in plaats van voor de realisatie van parkeerplaatsen.
De parkeerplaatsen die in het kader van de Parkeervoorziening worden gerealiseerd zijn openbaar toegankelijk. In bovenstaande kosten is niet inbegrepen de kosten voor aanpassing van de infrastructuur, aanleg van retentie, exploitatiekosten beheer en onderhoud. Daaronder vallen naast kosten voor onderhoud, reiniging, energiekosten ook de loonkosten voor een beheerder. Ook niet inbegrepen zijn de afschrijftermijnen van de voorziening. Bovenstaande kengetallen gaan van een normale situatie uit. Speciale voorzieningen zoals zware funderingen, damwanden en diepwandconstructies zijn niet inbegrepen.