Het college kan een vergunning/ontheffing intrekken of wijzigen:
op verzoek van de houder;
wanneer de houder niet meer woonachtig is of geen beroep of
bedrijf meer uitoefent in het gebied waarvoor een vergunning is
verleend;
wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
vergunning/ontheffing;
wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
vergunningen/ontheffingen komt te vervallen;
wanneer de houder handelt in strijd met de aan de vergunning
verbonden voorschriften;
wanneer blijkt dat bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn
verstrekt;
wanneer in strijd met het bepaald in artikel 10 lid 2 wordt
gehandeld;
om redenen van openbaar belang.