**1..** Bij beëindiging of vermindering van het inconveniënt wordt een overgangsvergoeding toegekend.
**2..** De overgangsvergoeding wordt eerst toegekend indien de inconveniëntenvergoeding direct voorafgaande aan de beëindiging of vemindering, gedurende tenminste 2 jaar zonder wezenlijke onderbreking is genoten, waarbij onder wezenlijke onderbreking wordt verstaan een onderbreking, anders dan door ziekte of gebreken, van twee maanden of langer.
**3..** De duur van de overgangsvergoeding bedraagt gedurende de eerste vier maanden 75%, vervolgens gedurende vier maanden 50% en tenslotte gedurende 4 maanden 25% van het verschil van de inconveniëntenvergoeding voor en na beëindiging of vermindering van het inconveniënt.
**4..** Ingeval de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt en gedurende tenminste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking een inconveniëntenvergoeding heeft ontvangen, blijft aanspraak bestaan op doorbetaling daarvan tot het moment waarop hij de dienst verlaat.
**5..** Ingeval van ziekte blijft aanspraak bestaan op doorbetaling van de inconveniëntenvergoeding welke betrokkene op dat moment geniet, tot een termijn van maximaal 3 maanden.