**1..** Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de
gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
**2..** Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten
indien:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld
zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen
nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;
de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het
college of van een derde aan wie het college met toepassing
van artikel 7 van de wet werkzaamheden in het kader van de
wet heeft uitbesteed, om binnen een gestelde termijn
inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel 41, lid
5, van de wet, of artikel 38, tweede lid, van het BBZ;
het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen
van de ernst van de gedraging of de mate van
verwijtbaarheid; of
de belanghebbende aangeeft hiervan geen gebruik te willen
maken.
HOOFDSTUK 1
Artikel 5
Horen van belanghebbende
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand