1.Indien een belanghebbende zich verbaal zeer ernstig misdraagt
tegenover het college ofzijn ambtenaren, onder omstandigheden die
rechtstreeks verband houden met deuitvoering van de wet, wordt
onverminderd artikel 2, tweede lid, een maatregel opgelegdvan minimaal
10% van de uitkeringsnorm gedurende een maand.
2.Indien een belanghebbende zich fysiek -al of niet in combinatie met
verbaal- zeer ernstigmisdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren
wordt een maatregel opgelegd vanminimaal 50% van de uitkeringsnorm
gedurende een maand.
3.De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt
verdubbeld, indiende belanghebbende zich binnen 12 maanden na
bekendmaking van een besluit waarbij eenmaatregel is opgelegd, opnieuw
schuldig maakt aan eenzelfde misdraging.
4.Indien een belanghebbende binnen de in lid 3 genoemde periode zich
meermalen fysiek, -al of niet in combinatie met verbaal-, zeer ernstig
misdraagt tegenover het college of zijnambtenaren wordt een individueel
afstemmingsbesluit genomen over de op te leggenmaatregel. Tijdelijke
uitsluiting van het recht op uitkering behoort daarbij tot
demogelijkheden.