Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de
gelegenheidgesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten
indien:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn
zienswijze naarvoren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe
feiten of omstandigheden hebbenvoorgedaan;
de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het
college of van eenderde aan wie het college werkzaamheden heeft
uitbesteed, om binnen een gesteldetermijn inlichtingen te
verstrekken als bedoeld in artikel 13 van de IOAW/IOAZ;
het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van
de ernst van degedraging of de mate van verwijtbaarheid; of
de belanghebbende aangeeft hiervan geen gebruik te willen
maken.