Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 7

Ingangsdatum en tijdvak

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ

1.De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerstvolgende kalendermaand, volgendop de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende uitkeringsnorm. 2.In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende kracht wordenopgelegd, voor zover de uitkering nog niet is uitbetaald. 3.Een maatregel wordt voor bepaalde tijd opgelegd. Een maatregel die voor een periodevan meer dan drie maanden wordt opgelegd, wordt uiterlijk na drie maanden nadat dezeten uitvoer is gelegd heroverwogen. 4.Indien de maatregel niet (of slechts gedeeltelijk) kan worden toegepast doordat debeëindiging van de uitkering de effectuering van de maatregel geheel (of gedeeltelijk) inde weg staat kan de toepassing van de (resterende) maatregel plaatsvinden indien hetrecht op uitkering binnen een half jaar na de beëindigingdatum weer ontstaat. 5.Indien achteraf, na het besluit tot beëindiging van de uitkering, geconstateerd wordt dateen maatregelwaardige gedraging heeft plaatsgevonden tijdens een voorafgaande periode van uitkeringsverlening kan de hiervoor van toepassing zijnde maatregel alsnoggeëffectueerd worden als aan belanghebbende binnen 5 jaar na de beëindigingdatum van de uitkering opnieuw een uitkering wordt toegekend.

Rechtspraak bij dit artikel