Het is verboden zonder vergunning van het college:
op of langs het publiek terrein een automatisch verkooptoestel te plaatsen;
hekken, linten of andere afzetmiddelen op de weg te plaatsen met als doel de weg of een gedeelte daarvan voor het verkeer of een deel daarvan af te sluiten;
op, aan of boven het publiek terrein op hinderlijke wijze afzettingen te maken, lijnen te spannen of het verkeer op andere wijze in enig opzicht te belemmeren;
op het publiek terrein bouw- of bestratingsmaterialen te plaatsen anders dan strikt noodzakelijk in het kader van het uitvoeren van werkzaamheden aan de weg;
op het publiek terrein een bouwkeet of bouwwerktuig te plaatsen;
op het publiek terrein een met hekken of op andere wijze afgezet werkterrein in te richten;
op het publiek terrein een (zee-) container, opslagkrat, opslagkist of silo te plaatsen;
op, aan of boven het publiek terrein vlaggen, wimpels of vlaggenstokken te plaatsen indien daardoor gevaar of hinder kan ontstaan of indien die materialen worden gebruikt voor commerciële doeleinden;
boven of langs het publiek terrein een spandoek op te hangen;
op het publiek terrein een terras in te richten of op andere wijze meubilair op het publiek terrein te plaatsen
op het publiek terrein uitstallingen te plaatsen zoals sandwichborden, reclameborden, aankondigingsborden, menuborden, kledingrekken, stellages, bloembakken, parasols en dergelijke;
op, aan of boven het publiek terrein voorwerpen of stoffen aan te brengen op te plaatsen die niet passen binnen de gangbare publieke functie van het publiek terrein.
Het is verboden:
op, aan, over of boven het publiek terrein een voorwerp of stof waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien:
deze door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengt aan het publiek terrein, of
daardoor een beperking ontstaat ten aanzien van het doelmatig en veilig gebruik van het publiek terrein, of
deze een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het publiek terrein.
een zonnescherm aan te brengen op een verticale afstand van minder dan 2,2 meter boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van het publiek terrein, danwel op een horizontale afstand van minder dan 0,5 van het voor rijverkeer bestemde gedeelte van de weg.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:
de plaatsing van bouwvergunningsplichtige bouwwerken;
de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op het publiek terrein gebracht worden in verband met het onmiddellijk laden of lossen ervan en die onmiddellijk na het beëindigen daarvan, doch in elk geval voor zonsondergang, van het publiek terrein verwijderd zijn;
tweewielige voertuigen en uitsluitend via luchtbanden op de grond rustende voertuigen op meer dan twee wielen;
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard;
voorwerpen of stoffen die worden geplaatst of aangebracht in het kader van evenementen als bedoeld in artikel 2.2.1;
voorwerpen behorende tot een bij een horecabedrijf behorend terras als bedoeld in artikel 2.3.1.9;
voorwerpen behorende tot een standplaats als bedoeld in artikel 5.2.3.;
het door een huurder van een strandgedeelte op dat strandgedeelte plaatsen van stoelen en schermen;
het voor persoonlijk gebruik tijdelijk - namelijk voor zover dat voor het daadwerkelijk gebruik noodzakelijk is - op het strand plaatsen van stoelen, zonneschermen en windschermen voor zover dat niet plaatsvindt op een deel van het strand dat door de rechthebbende is verhuurd aan een derde.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan het publiek terrein, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid of het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het publiek terrein en voorzover hierin niet wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
indien het beoogde gebruik geen betrekking heeft op het oprichten van een bouwwerk en dat gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak, voorzover hierin niet wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Zuid-Holland.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf
Artikel 2.1.5.1*
Voorwerpen of stoffen op, aan of boven het publiek terrein
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Noordwijk