Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 8a.

Artikel 2:28B

Vervallen van de vergunning/mutaties

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Midden-Delfland 2010

1.. Een vergunning ex artikel 2:28 vervalt, zodra het exploiteren van de openbare inrichting is beëindigd en op een volledige aanvraag om een nieuwe vergunning voor het exploiteren van dezelfde openbare inrichting is beslist, of, indien zodanige aanvraag niet is ingediend binnen 13 weken na het beëindigen van het exploiteren van de openbare inrichting, bij het verstrijken van deze termijn. 2.. Van beëindiging van het exploiteren van de openbare inrichting is ondermeer sprake, indien: de openbare inrichting blijkens de registers van de Kamer van Koophandel en Fabrieken niet meer voor rekening van de ondernemer, op wiens naam de vergunning is gesteld, wordt geëxploiteerd; op grond van andere informatie blijkt, dat de openbare inrichting niet meer voor rekening van de ondernemer, op wiens naam de vergunning is gesteld, wordt geëxploiteerd; de inrichting anders dan vanwege verbouwwerkzaamheden langer dan 13 weken feitelijk gesloten is; 3.. Van de beëindiging van het exploiteren van de openbare inrichting doet de ondernemer op wiens naam de vergunning is gesteld onverwijld schriftelijk mededeling aan de burgemeester. 4.. De vergunning vervalt voorts indien een voor de openbare inrichting verleende vergunning, als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet op grond van die wet is komen te vervallen, dan wel is ingetrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel