Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan op aanvraag, onverminderd het bepaalde in artikel 10, een dienstenparkeervergunning verlenen aan: de eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent, waarbij dit voertuig wordt gehanteerd bij het verrichten van bouw-, herstel-, onderhouds- of daarmee gelijk te stellen werkzaamheden en voor zover dit voertuig voor het uitvoeren van die werkzaamheden in de onmiddellijke omgeving van de betreffende locatie op belanghebbendenparkeerplaatsen moet worden geparkeerd. 2.. Het college stelt, bij openbaar te maken besluit, voor bedrijven die buiten de binnenstad zijn gevestigd het maximum aantal dienstenparkeervergunning vast dat kan worden verleend. 3.. De dienstenparkeervergunning is geldig in de gehele binnenstad. 4.. De dienstenparkeervergunning wordt verleend voor een periode van één of meerdere weken met een maximum van één jaar. 5.. De dienstenparkeervergunning wordt op naam van het bedrijf gesteld. 6.. De dienstenparkeervergunning wordt niet automatisch verlengd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel