1. Bij de bepaling van de omvang van het persoonsgebonden budget worden twee mogelijkheden onderscheiden:
Het persoonsgebonden budget voor diensten, afkomstig uit de AWBZ, dat in de Wmo per 1 januari 2007 alleen maar betrekking heeft op hulp bij het huishouden;
Het persoonsgebonden budget voor voorzieningen afkomstig uit de Wvg, zoals hulpmiddelen als woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen.
Bij diensten (hulp bij het huishouden) gaat het om de betaling van tijd aan dienstverleners. Dit is zorg afkomstig uit de AWBZ. De AWBZ kende al een dergelijk systeem van persoonsgebonden budgetten.
Wat betreft de voorzieningen afkomstig uit de Wvg zal per toekenning een berekening gemaakt moeten worden.
De kosten van de voorziening als de voorziening in natura zou worden verstrekt zijn daarbij uitgangspunt. Dat kan afgeleid worden van bijvoorbeeld een offerte. Daarbij kunnen bedragen geteld worden voor het onderhoud en de reparaties van de voorziening, voor zover daar sprake van kan zijn. Deze bedragen zijn ofwel bij verstrekking in eigen beheer bekend vanuit het verleden, ofwel kunnen bij verstrekking via een leverancier periodiek bij de leverancier worden opgevraagd.
Bij het bepalen van het bedrag van de voorziening wordt uitgegaan van 90% het bedrag dat de voorziening bij verstrekking in natura zou kosten. Daarbij zal veelal sprake zijn van kortingen, omdat via een contract met een leverancier een grote hoeveelheid voorzieningen afgenomen wordt. Deze korting wordt doorberekend naar het persoonsgebonden budget (90% over netto kostprijs). Het is immers niet de bedoeling dat een persoonsgebonden budget meer geld gaat kosten dan verstrekking in natura. Over het algemeen zal er van uitgegaan kunnen worden dat ook met een persoonsgebonden budget een voorziening met korting zal kunnen worden aangeschaft. Wat betreft de kosten voor onderhoud worden hiervoor de contracten met de leveranciers als uitgangspunt genomen. Door de PGB-houder moet worden aangetoond dat voor onderhoud een adequate voorziening is getroffen, om te voorkomen dat achteraf problemen ontstaan.
2. Hulp bij het huishouden
Diegenen die in 2007 een eerste aanvraag doen en direct onder de gemeentelijke regels vallen krijgen een bedrag dat als volgt is vastgesteld (100% van de gemiddelde tarieven die de gemeente betaald aan de door hen geselecteerde aanbieders voor 52 weken op jaarbasis, met onderscheid naar alleen schoonmaken (HV 1) en overige huishoudelijke hulp (HV2/3); bij AWBZ was dit € 17,- per uur):
Klasse
Aantal uren
Alleen schoonmaken (HV1)
Met lichte ondersteuning (HV2)
In ontregeld huishouden (HV3)
1
0-2 uur
€ 738
€ 1.087
€ 1.087
2
2-4 uur
€ 2.215
€ 3.260
€ 3.260
3
4-7 uur
€ 4.061
€ 5.977
€ 5.977
4
7-10 uur
€ 6.276
€ 9.238
€ 9.238
5
10-13 uur
€ 8.492
€ 12.498
€ 12.498
6
13-16 uur
€ 10.707
€ 15.759
€ 15.759
Hoger
> 16 uur
€ 14,2 per uur
€ 20,9 per uur
€ 20,9 per uur
Diegenen die op basis van overgangsrecht op 31 december 2006 een indicatie hebben voor hulp bij het huishouden op grond van de AWBZ ontvangen in het jaar 2007 de onderstaande bedragen zo lang als de indicatie duurt, doch maximaal tot en met 31 december 2007. Daarna vallen zij onder de gemeentelijke regels.
Klasse 1: € 904,- per jaar
Klasse 2: € 2.714,- per jaar
Klasse 3 € 4.977,- per jaar
Klasse 4 € 7.692,- per jaar
Klasse 5 € 10.407,- per jaar
Klasse 6 € 13.120,- per jaar.
Als ondersteuning bij de verantwoordelijkheid voor het persoonsgebonden budget, biedt de gemeente Nijkerk voor personen als genoemd onder 1, desgewenst aan om op zijn kosten lid te worden van budgethoudersvereniging Per Saldo (abonnement plus). Voor de personen als genoemd onder 2, geldt dat zij op grond van de AWBZ in 2007 voor de duur van hun indicatie nog een beroep kunnen doen op uitgebreidere dienstverlening door de Sociale Verzekeringsbank. Daarna is ook voor hen een lidmaatschap van budgethoudersvereniging Per Saldo op kosten van de gemeente Nijkerk een optie.
3. Woonvoorzieningen
Het bedrag voor de verhuiskostenvergoeding als genoemd in artikel 15 onder a van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning bedraagt € 3.015.
Bouwkundige of woontechnische voorzieningen tot en met € 6.807 die voorkomen op de Standaard voorzieningen Lijst op basis van standaardbedragen. Indien van toepassing verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie.
Bouwkundige of woontechnische voorzieningen die niet voorkomen op de Standaard voorzieningen Lijst en voorzieningen vanaf € 6.807 op basis van minimaal drie offertes. De hoogte van het persoonsgebonden budget is het bedrag van de goedkoopste door het college geaccepteerde offerte. Indien van toepassing verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie.
Daarbij gelden voor bouwkundige of woontechnische voorzieningen de volgende maxima:
€ 949 in een woonwagen die binnen 5 jaar is afgeschreven of waarvan de standplaats binnen 5 jaar wordt opgeheven;
€ 6.807 voor het bezoekbaar maken van een woning.
Roerende woonvoorzieningen op basis van de kostprijs bij de door de gemeente gecontracteerde leveranciers, met aftrek van tussen de gemeente en de leverancier overeengekomen kortingspercentages. Indien van toepassing verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie.
Voor roerende woonvoorzieningen die niet kunnen worden geleverd door de gecontracteerde leveranciers, berekening kostprijs op basis van de door het college geaccepteerde offerte.
Voor vervanging vloerbedekking niet ouder dan 7 jaar bedraagt het persoonsgebonden budget € 30,00/m2 (inclusief arbeid, noodzakelijke materialen en BTW).
Onderhoud, keuring en reparatie: het gemiddelde bedrag voor onderhoud en reparatie gebaseerd op het contract tussen gemeente en leveranciers van het lopende jaar.
Tijdelijke huisvesting op basis van de werkelijke kosten, met een maximum van:
€ 582,-- per maand bij zelfstandige woonruimte;
€ 291,-- per maand bij niet-zelfstandige woonruimte
4. Vervoersvoorzieningen
Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst-adequate voorziening, indien nodig verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie, gebaseerd op het gemiddelde bedrag voor onderhoud en reparatie over het jaar voorafgaand aan het laatste volle kalenderjaar voor de toekenning van de voorziening.
Voor deze tegemoetkomingen zijn normbedragen op jaarbasis vastgesteld. Op de norm wordt een korting toegepast op grond van een beperkte vervoersbehoefte, de aanwezigheid van een partner en leeftijd. Ook wanneer de tegemoetkoming wordt toegekend aanvullend op collectief vervoer wordt een korting toegepast.
1. Normbedragen
a. Voor 12-jarigen en ouder (100%)
Individueel taxivervoer 2000 x € 1,53 per km
pgb
Per jaar
€ 3.064
Individueel rolstoeltaxivervoer 2000 x € 1,76 per km
pgb
Per jaar
€ 3.520
Eigen/bruikleenautobudget Nibud kilometerprijs 2000 x € 0,43 per km
pgb
Per jaar
€ 870
b. Voor 4 tot 12-jarigen (75%)
Individueel taxivervoer 2000 x € 1,53 per km
pgb
Per jaar
€ 2.298
Individueel rolstoeltaxivervoer 2000 x € 1,76 per km
pgb
Per jaar
€ 2.640
Eigen/bruikleenautobudget Nibud kilometerprijs 2000 x € 0,43 per km
pgb
Per jaar
€ 652,50
c. Voor partners beiden geïndiceerd (2x75%)
Individueel taxivervoer 2000 x € 1,53 per km
pgb
Per jaar
€ 4.596
Individueel rolstoeltaxivervoer 2000 x € 1,76 per km
pgb
Per jaar
€ 5.280
Eigen/bruikleenautobudget Nibud kilometerprijs 2000 x € 0,43 per km
pgb
Per jaar
€ 1.305
d. Aanvullend op collectief vervoer (25%)
Een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van individueel (rolstoel)taxivervoer of bruikleenautovervoer wordt aanvullend op het gebruik van collectief vervoer alleen verstrekt indien de gehandicapte wel gebruik kan maken van collectief vervoer, maar uitsluitend collectief vervoer wegens sociale omstandigheden niet adequaat is gezien de vervoersbehoefte. In dat geval gelden de volgende normbedragen:
Individueel taxivervoer 2000 x € 1,53 per km
pgb
Per jaar
€ 766
Individueel rolstoeltaxivervoer 2000 x € 1,76 per km
pgb
Per jaar
€ 880
Eigen/bruikleenautobudget Nibud kilometerprijs 2000 x € 0,43 per km
pgb
Per jaar
€ 217,50
e. Bewoners van AWBZ-instellingen (50%)
Individueel taxivervoer 2000 x € 1,53 per km
pgb
Per jaar
€ 1.532
Individueel rolstoeltaxivervoer 2000 x € 1,76 per km
pgb
Per jaar
€ 1.760
Eigen/bruikleenautobudget Nibud kilometerprijs 2000 x € 0,43 per km
pgb
Per jaar
€ 435
f. Toeslag bewoners AWBZ-instellingen
Afhankelijk van de individuele situatie.
g. Tegemoetkoming in het gebruik van een collectief vervoerssysteem van een AWBZ-instelling
De tegemoetkoming bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten van het vervoer, en maximaal 50% van de kosten die de gemeente bijdraagt voor het gebruik van de Regiotaxi door zelfstandig wonende mensen met een beperking. Dit bedrag is afhankelijk van prijsafspraken met de vervoerder van de Regiotaxi en de vastgestelde reizigerstarieven.
2. Begeleidingskosten
Het persoonsgebonden budget bestaat uit twee maal de enkele reisafstand van de begeleider naar de aanvrager. Bij de vaststelling van de hoogte van het budget voor de kosten van begeleiding wordt rekening gehouden met het feit dat de aanvrager ook bezoek kan ontvangen.
Als de aanvrager met het OV of met De Regiotaxi kan reizen, is de hoogte van de kosten van begeleiding gebaseerd op het tarief van OV.
Als de aanvrager met een (rolstoel)taxi, eigen auto of auto van derden kan reizen, wordt het persoonsgebonden budget voor de begeleidingskosten gebaseerd op het aantal kilometers gelegen tussen de woning van de begeleider en de woning van de aanvrager, tegen het kilometertarief, dat jaarlijks door de Uitvoering Werknemersverzekeringen (Uwv) wordt vastgesteld.
Reiskosten in verband met de rij-, gewenningslessen voor vervoersvoorzieningen: een vergoeding van € 0,29 per kilometer.
3. Overige individuele vervoersvoorzieningen
Op basis van de kostprijs bij de door de gemeente gecontracteerde leveranciers, met aftrek van tussen de gemeente en de leverancier overeengekomen kortingspercentages. Voorzieningen die niet geleverd worden door de gecontracteerde leveranciers op basis van een door het college geaccepteerde offerte. Indien van toepassing verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie.
Onderhoud, keuring en reparatie: het gemiddelde bedrag voor onderhoud en reparatie gebaseerd op het contract tussen gemeente en leveranciers van het lopende jaar.
5. Rolstoelen
Op basis van de kostprijs bij de door de gemeente gecontracteerde leveranciers, met aftrek van tussen de gemeente en de leverancier overeengekomen kortingspercentages. Voorzieningen die niet geleverd worden door de gecontracteerde leveranciers op basis van een door het college geaccepteerde offerte. Indien van toepassing verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie (gemiddeld op basis van het contract tussen gemeente en leveranciers van het lopende jaar).
Voor de diverse rolstoelaccessoires gelden daarbij de volgende maximale bedragen (inclusief BTW):
Schootskleed
€ 118,00
Spaakbeschermers
€ 139,00
Transferbord
€ 106,00
Voorframebeschermers
€ 37,00
touch-up verf
€ 24,00
Reflectorkit
€ 23,00
Spiegel
€ 41,00
Een sportrolstoel wordt uitsluitend verstrekt als persoonsgebonden budget. Het bedrag van dit persoonsgebonden budget bedraagt € 2.424, welk bedrag bedoeld is als tegemoetkoming in aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel voor een periode van drie jaar.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
Omvang van het persoonsgebonden budget
Onderdeel van Nadere regels individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Nijkerk