Artikel 7 van de verordening bepaalt dat bij het verstrekken van individuele voorzieningen (voor zover die ondersteuning bestaat uit het verlenen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget en niet bestaat uit een financiële tegemoetkoming) aan personen van 18 jaar en ouder, een eigen bijdrage verschuldigd kan zijn.
Uitgangspunt is dat de eigen bijdrage is gebaseerd op de kostprijs en maximaal de kostprijs is van de verstrekte voorziening. Bij huishoudelijke hulp is dat het gemiddelde uurtarief van de door de gemeente geselecteerde aanbieders, vermenigvuldigd met het aantal uren hulp per periode. Bij woonvoorzieningen is dat bij een verstrekking in eigendom de kostprijs gedeeld door de maximale periode dat een eigen bijdrage wordt gevraagd (2 jaar). De omvang van de eigen bijdragen en eigen aandeel is uitgewerkt in artikel 2.10 wat betreft hulp bij het huishouden en wat betreft de woonvoorzieningen is dit uitgewerkt in artikel 2.11.
Vervolgens wordt de inkomensafhankelijke bijdrage door het Centraal Administratie Kantoor (CAK) vastgesteld op het niveau van de kostprijs dan wel op een inkomensafhankelijke maximum bijdrage.
De bepaling van het inkomensafhankelijke maximum gaat als volgt. Het CAK werkt met verzamelinkomens vanuit een peiljaar, welk jaar twee jaar voor het lopende jaar ligt. Dit is noodzakelijk om over de verzamelinkomens, die afkomstig zijn van de belastingdienst, te kunnen beschikken. In 2006 doet men aangifte over 2005, dus dat jaar is nog niet bekend. Vandaar dat het verzamelinkomen over 2004 in 2006 gebruikt wordt. Dit betekent dat er soms een voorlopige vaststelling zal plaatsvinden en achteraf een definitieve vaststelling. Het in mindering brengen van eigen bijdragen of een eigen aandeel zal daardoor vaak niet mogelijk zijn.
Omdat de eigen bijdrage berekend wordt over het verzamelinkomen in het jaar 2004 kan het zijn dat men sinds dien aanzienlijk minder is gaan verdienen. In die situatie is herziening van de eigen bijdrage mogelijk. Dan moet het (gezamenlijk) verzamelinkomen wel meer dan € 1.816,- lager uitvallen dan in 2004. Herziening is ook mogelijk als in 2006 een uitkering Wwb wordt ontvangen.
Indien met betrekking tot het peiljaar geen aanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld, wordt de eigen bijdrage bepaald op basis van het het belastbare loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, in het peiljaar.
In omstandigheden is het mogelijk dat een voorlopige eigen bijdrage wordt betaald. In die situatie ontstaat de mogelijkheid van naheffing. Al deze activiteiten voert het CAK uit.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.9
Eigen bijdrage en eigen aandeel
Onderdeel van Nadere regels individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Nijkerk