Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 1.

Artikel 2.

Artikel 2.

Onderdeel van Lozingsverordening riolering

1.. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders door middel van een werk in de riolering afvalstoffen te lozen vanuit een bedrijf of instelling genoemd in het tweede lid. 2.. De in het eerste lid bedoelde bedrijven of instellingen zijn: grafische bedrijven, met uitzondering van diepdrukkerijen met eigen cylindervervaardiging en zeefdrukkerijen; fotografische bedrijven die laboratoria hebben met een produktie capaciteit van ten hoogste 20.000 m2 papier per jaar, uitgaande van 2.500 bedrijfsuren per jaar; laboratoria, met uitzondering van geïntegreerde laboratoria die meer dan 10.000 m3 afvalwater per jaar lozen en analytische laboratoria; textielfabrieken, met uitzondering van textielveredelingsbedrijven; psychiatrische ziekenhuizen, inrichtingen voor zwakzinnigen en verpleegtehuizen; accufabrieken; bedrijven die in verhouding tot de totale lozing op de gemeentelijke riolering veel zuurstofbindende stoffen lozen; champignonkwekerijen; chemicaliëngroothandels en –verwerkers; bedrijven die jaarlijks niet meer dan 1.000 auto’s deconserveren; lijmfabrieken; optische bedrijven; poetsdoekwasserijen; tectyleerbedrijven; (verf)spuitinrichtingen; vulkaniseerbedrijven. 3.. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover de Wet verontreiniging oppervlaktewateren van toepassing is. 4.. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht betreffende de positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen, is hier niet van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel