Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 21

Intrekking of wijziging van vergunning.

Onderdeel van Lozingsverordening riolering

1.. De vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd: indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens blijken te zijn verstrekt; indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is vereist; indien de aan de vergunning verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen. 2.. De vergunning vervalt: indien met de lozing binnen een jaar na datum van afgifte van de vergunning geen begin is gemaakt; indien er langer dan een jaar geen lozing heeft plaatsgehad; wanneer de houder van de vergunning schriftelijk heeft verklaard van de vergunning geen gebruik te maken c.q. te zullen maken. 3.. Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel