**1..** Indien wordt vastgesteld of het vermoeden bestaat dat door
bijzondere omstandigheden zoals storing in het produktieproces
afvalwater wordt geloosd of zal worden geloosd die door
samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid:
gevaar, schade of hinder oplevert voor de
rioolwaterzuiveringsinstallatie of enig werk waarop de
riolering is aangesloten of voor de goede werking
daarvan;
schadelijk of verontreinigd is voor het ontvangende
oppervlaktewater;
gevaar, schade of hinder oplevert voor de riolering, dan wel
de goede werking daarvan of voor de daarop
aangeslotenen;
een nadelige invloed heeft op de verwerking van het uit de
riolering verwijderde slib, is degene die afvalwater op de
riolering loost verplicht kennis te geven aan burgemeester
en wethouders of een daartoe door hen aangewezen ambtenaar
en onmiddellijk alle maatregelen te nemen die gevaar, schade
of hinder kunnen beperken.
**2..** Burgemeester en wethouders dan wel de krachtens het eerste lid
aangewezen ambtenaar doen van de in dat lid bedoelde kennisgeving
terstond melding aan de waterbeheerder, indien de bijzondere
omstandigheden, als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, gevaar,
schade of hinder kunnen opleveren van de rioolzuiveringsinstallatie
of het ontvangende oppervlaktewater.
Hoofdstuk 5.
Artikel 25
Kennisgeving van bijzondere omstandigheden.
Onderdeel van Lozingsverordening riolering