Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 25

Kennisgeving van bijzondere omstandigheden.

Onderdeel van Lozingsverordening riolering

1.. Indien wordt vastgesteld of het vermoeden bestaat dat door bijzondere omstandigheden zoals storing in het produktieproces afvalwater wordt geloosd of zal worden geloosd die door samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid: gevaar, schade of hinder oplevert voor de rioolwaterzuiveringsinstallatie of enig werk waarop de riolering is aangesloten of voor de goede werking daarvan; schadelijk of verontreinigd is voor het ontvangende oppervlaktewater; gevaar, schade of hinder oplevert voor de riolering, dan wel de goede werking daarvan of voor de daarop aangeslotenen; een nadelige invloed heeft op de verwerking van het uit de riolering verwijderde slib, is degene die afvalwater op de riolering loost verplicht kennis te geven aan burgemeester en wethouders of een daartoe door hen aangewezen ambtenaar en onmiddellijk alle maatregelen te nemen die gevaar, schade of hinder kunnen beperken. 2.. Burgemeester en wethouders dan wel de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaar doen van de in dat lid bedoelde kennisgeving terstond melding aan de waterbeheerder, indien de bijzondere omstandigheden, als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, gevaar, schade of hinder kunnen opleveren van de rioolzuiveringsinstallatie of het ontvangende oppervlaktewater.

Rechtspraak bij dit artikel