Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 31

Overgangsbepaling.

Onderdeel van Lozingsverordening riolering

1.. Vergunningen en ontheffingen – hoe ook genaamd – verleend krachtens de Lozingsverordening riolering van 1988 blijven – voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken – na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht. 2.. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de Lozingsverordening riolering van 1988 blijven, voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken, na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht. 3.. Degene bedoeld als in artikel 3, lid 1, van deze verordening is vrijgesteld van de in lid 1 en lid 2 van dat artikel vervatte verplichting tot schriftelijke kennisgeving, voor zover voor de onderwerpelijke lozingen vergunning of ontheffing is verleend krachtens de Lozingsverordening riolering van 1988. 4.. Indien voor het tijdstip van Inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing – hoe dan genaamd – op grond van de Lozingsverordening riolering van 1988 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van deze verordening toegepast. 5.. Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift, betreffende een vergunning, ontheffing, voorschrift of beperking, bedoeld in het eerste of tweede lid dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 30, tweede lid, is ingekomen binnen de voordien geldende beroeps- termijn wordt beslist met toepassing van de Lozingsverordening riolering van 1988. 6.. De vergunning, ontheffing of het voorschrift of de beperking, bedoeld in het eerste of tweede lid blijft, onverminderd het in het eerste en tweede lid blijft, onverminderd het in het eerste of tweede lid bepaalde, van kracht totdat onherroepelijk is beslist op een beroep- of bezwaarschrift, bedoeld in het vijfde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel