**1..** Voor bedrijven en instellingen waarvoor een kennisgevingsplicht
als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, geldt en die
bovendien genoemd zijn in het derde lid, is het toegestaan door
middel van een werk afvalstoffen in de riolering te lozen met
inachtneming van de in het tweede lid genoemde algemene
voorschriften voor zover deze in het derde lid op de daarin
genoemde bedrijven en instellingen van toepassing zijn
verklaard.
**2..** De algemene voorschriften luiden als volgt:
Het gehalte aan minerale olie in het te lozen afvalwater
mag niet meer bedragen dan 200 mg/l, bepaald volgens NEN
6675.
Vloeistoffen op basis van minerale olie, zoals
afgewerkte olie, alsmede smeer- en systeemoliën, die
vrijkomen bij het onderhouden, herstellen en/of reinigen
van voertuigen of onderdelen daarvan en accuzuur mogen
niet worden geloosd.
Het gehalte aan plantaardige oliën en dierlijke wetten
in het te lozen afvalwater mag niet meer dan 200mg/l
bedragen, bepaald volgens NEN3235.9.2.1 dan wel NEN
3235.9.2.2.
Grove afvalstoffen, zoals groentesnippers en
etensresten, alsmede snel bezinkende stoffen mogen niet
worden geloosd.
Grove afvalstoffen, zoals darmen en vetstukken, haren,
veren, schubben, graten en der gelijke mogen niet worden
geloosd.
Bloed mag niet worden geloosd.
Grove afvalstoffen, zoals koppen en staarten, schubben
en graten en dergelijke mogen niet worden geloosd.
Verfresten en oplosmiddelen mogen niet worden
geloosd.
Gier en mest mogen niet worden geloosd.
Reinigingsmiddelen voor textiel, alsmede het residu dat
ontstaat bij het terugwinnen (destilleren) daarvan mogen
niet worden geloosd.
De spui van het koelwatersysteem mag niet worden geloosd
indien aan het koelwater stoffen zijn toegevoegd.
Textielvezels en dergelijke mogen niet worden
geloosd.
De temperatuur van het te lozen afvalwater mag ten
hoogste 30 graden Celsius zijn.
Ten behoeve van controle op lozingen dienen een of meer
doelmatige controleputten te zijn aangebracht.
De lozing van amalgaamresten dient zoveel als technisch
mogelijk te worden beperkt, met inachtneming van de ten
aanzien van tandartspraktijken bepaalde voorzieningen in
bijlage 5.
**3..** De bedrijven en instellingen en de daarop van toepassing
verklaarde algemene voorschriften zijn de volgende:
(Bedrijven en
instellingen + Van toepassing
verklaarde algemene Voorschriften)
Herstel- en onderhoudsplaatsen voor voertuigen en
machinerieën, met uitzondering van bedrijven voor
anti-carrosiebehandeling; tankstations voor
motorbrandstoffen met daaraan verbonden service-stations
+ A,B,G.O
Tankstations voor motorbrandstoffen +
A,B,O
Wasplaatsen voor het uitwendig reinigen van voertuigen;
op- en overslagbedrijven voor vloeibare brandstoffen,
minerale oliën en vetten +
A,B,N,O
Op- en overslagplaatsen voor plantaardige en/of
dierlijke oliën en vetten + C.N.O
Keukens voor bedrijfsmatige bereiding van warme spijzen
+ C.D.N.O
Werkplaatsen voor het wassen en/of planklaar maken van
groenten en aardappelen + D.O
Slagerijen, met inbegrip van die waarin geslacht wordt,
en poelierderijen, worstmakerijen, vleeswarenbereiding
en werkplaatsen voor de bereiding van kleine spijzen
waarin vlees en vleeswaren verwerkt zijn +
C,E,H,N,O
Werkplaatsen voor de bewerking van vis +
C,F,N,O
Schilderswerkplaatsen + G.O.
Veeteeltbedrijven en maneges + H.O
Chemische wasserijen, met uitzondering van
poetsdoekwasserijen + K.N.O
Bedrijven en instellingen die koelwater op de riolering
lozen + L.O.
Natwasserijen + M,N,O
Tandartspraktijken + P
**4..** Ingeval een bedrijf of instelling als bedoeld in het derde lid
geen zelfstandige eenheid vormt, maar deel uitmaakt van een
groter geheel, zijn de in dat lid voor de desbetreffende
categorie gestelde regels uitsluitend op dat onderdeel van
toepassing.
**5..** Teneinde aan de lozingsvoorschriften van dit artikel te kunnen
voldoen zijn de bedrijven en instellingen van de in lid 3
genoemde categorie verplicht de voorzieningen te treffen die in
Bijlage 1 van deze verordening zijn opgenomen, welke bijlage
integraal deel uitmaakt van deze verordening. De voorzieningen
dienen te worden gebruikt op de in de Bijlage 1 aangegeven
wijze.
**6..** Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek van het bedrijf of
de instelling ontheffing verlenen van een of meer van de in
Bijlage 1 opgenomen voorschriften.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 2.
Artikel 4.
Algemene voorschriften.
Onderdeel van Lozingsverordening riolering