Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 11:

Inwerkingtreding

Onderdeel van Verordening Toeslagen en verlagingen WWB Sluis 2013

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2013, onder gelijktijdige intrekking van 'Verordening toeslagen en verlagingen WWB 2012'. Oostburg, 20 december 2012 DE RAAD VOORNOEMD, De griffier, De voorzitter, mr. P.T.G. Claeijs J. Suurmond Algemene toelichting De WWB kent voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan een systeem van basisnormen, toeslagen en verlagingen. De normen zijn geregeld in hoofdstuk 3, paragraaf 2 van de WWB. Paragraaf 3 van hetzelfde hoofdstuk voorziet in de toeslagen en verlagingen. De som van deze drie onderdelen (normen, toeslagen en verlagingen) levert de bijstandsnorm op. Het gaat dan om de bijstandsnorm voor personen van 21 en ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd die niet in een inrichting verblijven. De WWB kent verschillende normen voor alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden. Alleenstaanden en alleenstaande ouders komen in aanmerking voor een toeslag indien zij hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. De woon- en leefsituatie zijn hierbij van doorslaggevende betekenis. De hoogte van de toeslag in deze Verordening toeslagen en verlagingen bedraagt maximaal 20 procent van de gehuwdennorm en moet aansluiten bij het niveau van de noodzakelijke bestaanskosten. De WWB kent de volgende grondslagen om de norm of toeslag voor personen van 21 en ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd die niet in een inrichting verblijven te verlagen: het kunnen delen van kosten met een ander; de woonsituatie; de recente beëindiging van deelname aan onderwijs of beroepsopleiding. Voor de berekening van de bijstandsnorm geldt een vaste volgorde: eerst de norm, dan eventueel een toeslag en vervolgens de verlagingen. Het college is bevoegd om de algemene bijstand (de bijstandsnorm na aftrek van eventuele inkomsten) in afwijking van deze regel hoger of lager vast te stellen indien de individuele omstandigheden van de belanghebbende daartoe aanleiding geven. Artikelsgewijze toelichting

Rechtspraak bij dit artikel