**1..** Als maatstaf ter bepaling van de duur van het vakantieverlof, bedoeld in de artikelen 2 en 3, geldt voor categorie A de toestand die op 1 januari van het kalenderjaar, en voor categorie B de leeftijd die de ambtenaar in het desbetreffende kalenderjaar bereikt. In geval van indiensttreding in de loop van het kalenderjaar, de toestand op het tijdstip van indiensttreding.
**2..** De ambtenaar die in de loop van een kalenderjaar is aangesteld of wordt ontslagen heeft recht op zoveel maal 1/12 gedeelte van het in artikel 2 en 3 bedoelde vakantieverlof als er volle maanden zijn in dat kalenderjaar gedurende welke hij zijn betrekking vervult.