De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen
waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand
volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet
is vermeld en de tweede twee maanden later.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de
verschuldigde bedragen door middel van automatische
betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige
kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden
betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn
vervalt tussen de 24e en het einde van de maand volgende op de
maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
elk van de volgende termijnen telkens een maand later (eveneens
tussen de 24e en het einde van de maand).
Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid
tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor
het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische
betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in
het eerste lid.
Paragraaf
Artikel 9.
Artikel 9.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2009