Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning
intrekken, indien:
a. de vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen de
door burgemeester en wethouders bij de verlening van de vergunning
gestelde termijn in gebruik heeft genomen;
b. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder
verstrekte gegevens, waarvan deze wist of redelijkerwijs kon
vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.5
Intrekking
Onderdeel van Huisvestingsverordening Oudewater 2013