**1.** Burgemeester en wethouders kunnen een onttrekkingsvergunning
intrekken, indien:
a. niet binnen een jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
geworden, is overgegaan tot onttrekking, samenvoeging of
omzetting;
b. de vergunning is verleend op grond van door de
vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of
redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
waren;
c. vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat in
stand laten van de vergunning zal leiden tot een structureel
overlastpatroon, in de vorm van ontoelaatbare inbreuk op het
woon- en leefmilieu voor de directe omgeving van de woning
waarop de vergunning betrekking heeft.
**2.** Burgemeester en wethouders gaan niet tot intrekking van de
vergunning over, voordat de vergunninghouder, bij aangetekende
brief is gewaarschuwd, dat zij de vergunning zullen intrekken,
indien niet een te bepalen datum zodanige maatregelen en/of
voorzieningen zijn getroffen, die ervoor zorgdragen dat de
overlastgevende situatie wordt beëindigd.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.7
Intrekking
Onderdeel van Huisvestingsverordening Oudewater 2013