Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het opleggen van een
bestuurlijke boete voor de overtreding van artikel 2.2.1, eerste en
tweede lid, en artikel 3.1.2. Bij overtreding wordt een geldboete
opgelegd. Burgemeester en wethouders bepalen de hoogte van de op te
leggen boete overeenkomstig de tabel in bijlage 2.
a. Voor de eerste overtreding van artikel 2.2.1, eerste en tweede lid,
en artikel 3.1.2, gelden de boetes overeenkomstig kolom A van de
tabel.
b. Voor de tweede en volgende overtreding van artikel 2.2.1, eerste en
tweede lid, en artikel 3.1.2, binnen drie jaar na de eerste overtreding,
gelden de boetes overeenkomstig kolom B van de tabel.