1.In deze afdeling wordt verstaan onder:
a. boom: Een houtachtig, opgaand gewas
met een omtrek van de stam van minimaal 63 cm (ca. 20 cm diameter)
op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid
geldt de omtrek van de dikste stam.
b. houtopstand:
- één of meer bomen of boomvormers,
- een houtwal,
- een beplanting van bosplantsoen,
- vlak- en lijnvormige landschapselementen waar bomen en struiken
onderdeel van uitmaken.
c. bebouwde kom: de bebouwde kom van de
gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de
Boswet;
d. monumentale boom: Boom die als
zodanig vermeld staat op de, overeenkomstig artikel 4:11d, door het
college van burgemeester en wethouders vastgestelde lijst van
monumentale bomen;
e. vellen: Rooien; kappen; verplanten;
het snoeien van meer dan 25 procent van de kroon of het
wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen, knotten of andere
vormsnoei, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als
ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige
ontsiering van de boom ten gevolge kunnen hebben.
f. vergunning: een
omgevingsvergunning;
Hoofdstuk › Afdeling 3.
Artikel 4:10
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergen 2013