Opslag brandgevaarlijke stoffen.
In, op of nabij een bouwwerk is geen in bijlage 5 aangewezen brandgevaarlijke stof aanwezig.
Het eerste lid is niet van toepassing indien:
de in bijlage 5 aangegeven maximum hoeveelheid van de betreffende stoffen
niet wordt overschreden, met dien verstande dat de totale toegestane
hoeveelheid van de eerste zes rijen honderd kilogram of liter is,
de betreffende stof zodanig is verpakt
dat de verpakking tegen normale behandeling bestand is, en
van de inhoud niets onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen, en
de betreffende stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de
verpakking aangegeven gevaarsaanduiding (R- en S-zinnen).
Het in het eerste lid gestelde is voorts niet van toepassing op:
de brandstof in het reservoir bij een verbandingsmotor;
de brandstof in een verlichtings-, een verwarmings- of een ander warmte-
ontwikkelend toestel;
voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken, en
het aanwezig hebben van een grotere dan de in bijlage 5 aangegeven
maximum hoeveelheid van de betreffende stof voor zover dat bij of krachtens
de Wet Milieubeheer is toegestaan.
Bij het bepalen van de hoeveelheid als bedoeld in het tweede lid onder a, worden volledig meegerekend de inhoudsmaten van vaatwerk dat gedeeltelijk is gevuld met een vloeistof die in bijlage 5 als brandgevaarlijk is aangemerkt.