De gedragingen bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet worden onderscheiden in de volgende categorieën:
Eerste categorie:
Het zich niet als werkzoekende doen inschrijven bij het UWV WERKbedrijf, dan wel inschrijving niet of niet tijdig verlengen.
Het niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 38, tweede lid van het Bbz, voor zover dit niet heeft geleid tot een benadeling van de RDWI.
Het desgevraagd niet terstond ter inzage verstrekken van een geldig identiteitsbewijs.
Tweede categorie:
Het niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomen van de medewerkingspicht als bedoeld in artikel 17, 2e lid WWB.
Het niet voldoen aan een oproep om, in verband met de arbeids- inschakeling, op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen.
Het niet voldoen aan de verplichtingen die zijn opgelegd op grond van artikel 55 WWB.
Derde categorie:
Het niet ondertekenen of het niet aan het algemeen bestuur verstrekken van een trajectplan of plan van aanpak, dat gericht is op het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces.
Het niet naar vermogen trachten arbeid in dienstbetrekking te bemachtigen.
Het zich zeer ernstig misdragen jegens het dagelijks bestuur en de in zijn opdracht werkende ambtenaar en medewerkers. De eerste maal dat de cliënt zich schuldig maakt aan deze gedragingen zal de mogelijkheid worden geboden tot het volgen van een gedragscursus gericht op het voorkomen van dergelijke gedragingen. Bij succesvolle deelname zal de hoogte van de maatregel genoemd in artikel 12 lid 1 onder c worden gehalveerd.
Het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van geboden re-integratie voorzieningen, waaronder begrepen sociale activering, als dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van het re-integratietraject.
het onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren dan wel evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a WWB.
het onvoldoende nakomen van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 WWB, voorzover het gaat om een persoon jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na de melding zoals bedoeld in artikel 43 lid 4 en 5 WWB.
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onderdeel b WWB niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht zoals bedoeld in artikel 9a lid 1 WWB.
Vierde categorie:
Het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid.
Het blijk geven van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, waaronder begrepen inkomen uit arbeid.
Het door eigen toedoen niet verkrijgen of behouden van een voorliggende voorziening en/of algemeen geaccepteerde arbeid.
Het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting om medewerking te verlenen aan het opstellen van een diagnose gericht op het onderzoek naar de reintegratiemogelijkheden.
Het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van geboden re-integratievoorzieningen, waaronder begrepen sociale activering, als dit wel heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van het re-integratietraject.
het in het geheel niet nakomen van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 WWB, voorzover het gaat om een persoon jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na de melding zoals bedoeld in artikel 43 lid 4 en 5 WWB, waarbij de jongere aangeeft dat hij wel de intentie heeft om aan de verplichtingen te voldoen.
Hoofdstuk 2
Artikel 11
Indeling in categorieën
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2013