Naar hoofdinhoud
De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering gemeente Westerveld 2013. Aldus besloten in de openbare vergadering van 5 maart 2013 de griffier, de voorzitter, A.Middelkamp H. Jager Toelichting bij de gewijzigde verordening In Staatsblad nummer 430 van 2012 is een wijziging van de Wet inburgering (WI) gepubliceerd. Het gaat daarbij om een systeemwijziging. In de gewijzigde wet heeft de gemeente in de uitvoering geen rol meer. In artikel X van de gewijzigde wet wordt het overgangsrecht geregeld. Daarin wordt ook verwezen in deze verordening (artikel 14) Inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars blijven na invoering van de gewijzigde Wet inburgering dezelfde rechten en plichten houden zoals met hen werd afgesproken. Dat geldt voor de afspraken met de gemeenten en met de Dienst Uitvoering Onderwijs over de lening. De gewijzigde Wet inburgering gaat per 1 januari 2013 in. Vanaf de invoeringsdatum van de gewijzigde Wet inburgering blijft de gemeente verantwoordelijk voor: Inburgeringsplichtigen die voor deze datum een door de gemeente aangeboden of vastgestelde inburgeringsvoorziening volgen. Inburgeringsplichtigen die zonder inburgeringsvoorziening worden gehandhaafd op hun inburgeringsplicht. vrijwillige inburgeraars die een inburgeringsvoorziening aangeboden hebben gekregen. De gemeente blijft verantwoordelijk tot het eind van hun traject. Overigens is deze doelgroep niet meer in deze verordening opgenomen omdat het college per 2011 vrijwillige inburgeraars geen aanbod meer doet met het oog op de beschikbare financiën. In de gemeente Westerveld zijn er geen vrijwillige inburgeraars meer die nog een voorziening doorlopen. Gemeenten blijven verplicht om aan asielgerechtigden en geestelijk bedienaren een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Dit geldt als zij voor 1 januari 2013 hun verblijfsvergunning ontvangen en zich pas daarna in de gemeente vestigen. Algemene toelichting De WI regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle onderdanen van derdelanden van 18 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen en mogen verblijven. Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de eigen verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de inburgeringsplichtige centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen inzicht bepalen hoe hij zich wil voorbereiden op het inburgeringsexamen. Aan de inburgeringsverplichting is voldaan wanneer het inburgeringsexamen is behaald (een resultaatsverplichting). Gemeenten krijgen in de oude WI een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo hebben gemeenten de opdracht om de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige inburgeraars (indien die tot de gekozen doelgroep behoren) in de gemeente goed te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit deze wet. Daarnaast hebben gemeenten de taak aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars die daarvoor op grond van de wet of het gemeentelijk beleid in aanmerking komen een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan te bieden. Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal. In plaats van een inburgeringsvoorziening mogen gemeenten aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars die een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgen of gaan volgen een taalkennisvoorziening aanbieden. In de verordening wordt gesproken over ‘voorziening’. Hieronder wordt zowel de inburgeringsvoorziening als de taalkennisvoorziening begrepen. Ook moeten gemeenten de inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen handhaven. Het college moet een bestuurlijke boete opleggen als een inburgeringplichtige zich verwijtbaar niet houdt aan de verplichtingen die voor hem gelden. Het ligt voor de hand dat het college ook toezicht houdt of de overeenkomst door de vrijwillige inburgeraar wordt nagekomen en indien dat niet het geval is zo nodig maatregelen neemt. In verband met deze taken draagt de WI gemeenten op om bij verordening regels te stellen over de volgende onderwerpen: De informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars indien die tot de doelgroep behoren (artikel 8 en artikel 24f WI). Het aanbieden van een voorziening en de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een voorziening is vastgesteld (artikel 19, vijfde lid, en artikel 23, derde lid, WI). Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 WI). Het aanbieden van een voorziening aan vrijwillige inburgeraars (artikel 24a tot en met 24f WI). Het persoonlijk inburgeringsbudget (artikel 19, tweede lid en artikel 24a, tweede lid, WI). Geen vaststellingstelsel meer ten behoeve van inburgeringsplichtigen Artikel 19a, eerste lid, oude WI gaf de bevoegdheid aan de gemeenteraad om bij verordening te bepalen dat het college een voorziening niet aanbiedt aan een inburgeringsplichtige, maar deze direct vaststelt. De gewijzigde wet laat dit niet meer toe, ook niet in de overgangssituatie. In de gewijzigde verordening zijn daarom regels opgenomen ten aanzien van: de procedure voor het doen van een aanbod voor de overgangsdoelgroep; de vaststelling van een passende voorziening voor de overgangsdoelgroep. Er is daarmee ook weer een bezwaar- en beroepmogelijkheid voor de inburgeringsplichtige. De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars Artikel 8 en 24f WI bepalen dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over de informatieverstrekking door de gemeente aan respectievelijk inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars over de rechten en plichten uit hoofde van de wet. Het vaststellen van voorzieningen voor inburgeringsplichtigen Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het inburgeringsexamen. Gemeenten kunnen inburgeringsplichtigen ondersteunen door het aanbieden van een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening. Alle inburgeringsplichtigen kunnen in beginsel in aanmerking komen voor een voorziening. De gemeenteraad bepaalt welke groepen inburgeringsplichtigen bij voorrang in aanmerking komen voor een voorziening en welke groepen op eigen kracht dienen in te burgeren. Deze keuze dient te berusten op objectieve criteria die in de verordening worden vastgelegd. Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en omvat het eenmaal kosteloos afleggen van dat examen. Een inburgeringsvoorziening kan ook een duale inburgeringsvoorziening zijn. Dit is een inburgeringsvoorziening die met het oog op de actieve deelname van de inburgeringsplichtige aan de Nederlandse samenleving mede voorziet in activiteiten die in samenhang, en ten minste voor een deel gelijktijdig, met het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving worden uitgevoerd. Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving van de kennis van de Nederlands taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 (artikel 19, derde lid, WI). De inburgeringsplichtige is verplicht een eigen bijdrage van € 270,00 te betalen voor de voorziening. Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een voorziening ook uit maatschappelijke begeleiding (artikel 19, zesde lid, WI). De WI draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te stellen met betrekking tot het vaststellen van een voorziening. In de wet is ook vastgelegd over welke onderwerpen in ieder geval regels moeten worden gesteld. Het gaat om dezelfde onderwerpen als bij het aanbieden van een voorziening (artikel 19a, tweede lid, onderdeel b, WI). De vaststelling door het college van een passende voorziening, met inbegrip van de totstandkoming en de samenstelling van die voorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI). De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een voorziening is vastgesteld. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de inning van de eigen bijdrage door het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI). Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete Artikel 35 WI draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt het bedrag dat ten hoogste als bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Het college heeft als taak de inburgeringsplichtigen bij de vormgeving van hun inburgering en de keuze van een inburgeringsbedrijf te begeleiden (artikel 4.27, eerste lid, Besluit inburgering). De inburgeringsplichtige moet een voorstel voor een inburgeringsprogramma bij het college indienen. Het voorstel van de inburgeringsplichtige behoeft de goedkeuring van het college (artikel 4.27, tweede lid, Besluit inburgering). Het college beoordeelt het voorstel voor het inburgeringsprogramma of het geschikt is om de betrokkene voor te bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II, en in het geval van een taalkennisvoorziening of deze geschikt is om de betrokkene kennis van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2. Het inburgeringsbedrijf dient te voldoen aan de eisen die in de verordening zijn gesteld. De inburgeringsplichtige krijgt geen geld in handen. Het geld voor het betalen van de inburgeringscursus gaat rechtstreeks van de gemeente naar het inburgeringsbedrijf. Gemeenten moeten in hun verordening regels opnemen die betrekking hebben op het aanbieden van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget (artikel 19, vijfde lid, WI en artikel 24a, vijfde lid. WI). De procedure van het vaststellen van een voorziening Het aanbieden van een voorziening begint met het houden van de intake. In de intake wordt met de inburgeringsplichtige gesproken over de voorziening die het college voor betrokkene geschikt acht. Er zijn vervolgens vier mogelijkheden: In de intake blijkt dat het college aan de inburgeringsplichtige geen voorziening wil verstrekken (bijvoorbeeld omdat betrokkene niet tot de prioritaire groepen behoort). Het college stelt geen voorziening vast en kan een handhavingsbeschikking nemen (voor de oudkomer) of een kennisgeving afgeven (voor een nieuwkomer); De gemeente biedt een voorziening aan en de inburgeringsplichtige is het hiermee eens. De gemeente neemt een beschikking; De inburgeringsplichtige vindt de voorziening niet gepast en geeft aan zelf op een andere wijze aan de inburgeringsplicht te zullen voldoen. Het college stemt hiermee in en neemt alleen een handhavingsbeschikking (voor een oudkomer) of een kennisgeving (voor een nieuwkomer); Het college acht een voorziening geschikt maar de inburgeringsplichtige wil deze voorziening niet. Er volgt dan een procedure van bezwaar en beroep. Artikelgewijze toelichting Aanhef In de aanhef wordt verwezen naar artikel X en daarmee wordt gelijk verwezen naar het overgangsrecht. in de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel