Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 2

Artikel 12

Overschrijving vastestandplaatsvergunning

Onderdeel van Verordening op de warenmarkten voor de gemeente Drimmelen 2005

1.. In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de vergunninghouder of bij bedrijfsbeëindiging kan de vastestandplaatsvergunning op schriftelijke aanvraag bij het college worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde. 2.. Een schriftelijke aanvraag tot overschrijving op basis van lid 1 van dit artikel wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder of binnen twee maanden nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld of binnen twee maanden na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de vergunninghouder. 3.. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid van dit artikel, kan de vastestandplaatsvergunning op schriftelijke aanvraag bij het college worden overgeschreven op een kind van de vergunninghouder indien het kind ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd. 4.. Indien de vastestandplaatsvergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, danwel het tweede lid van dit artikel kan een vastestandplaatsvergunning op schriftelijke aanvraag bij het college worden overgeschreven op de werknemer van de vergunninghouder mits hij tenminste vijf jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt en/of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd. 5.. Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel