1. Voor de markten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, wordt het volgende aantal standplaatsen vastgesteld en geldt de volgende branche-indeling: a. de warenmarkt heeft maximaal 50 handelaren verdeeld over maximaal 130 kramen of standplaatsen, ingedeeld volgens bijlage 1;
b. de streekmarkt bestaat uit maximaal 26 kramen of standplaatsen, ingedeeld volgens bijlage 2;
c. de najaarsmarkt heeft maximaal 350 handelaren verdeeld over maximaal 400 kramen of standplaatsen.
2. Op de markten als bedoeld in het eerste lid, mogen alleen de in de daar genoemde bijlagen aangegeven artikelen(groepen) worden verhandeld, waarbij geldt dat voor elk van de genoemde artikelen(groepen) niet meer standplaatsen kunnen worden toegewezen als aangegeven in de betrokken bijlage onder aantal kooplieden.
3. Voor de streekmarkt geldt naast hetgeen is vastgelegd in de branche-indeling eveneens, dat 70% van de vaste standplaatsen dient te worden ingenomen door producenten die hun eigen streekproducten verkopen en dat 30% van de vaste standplaatsen dient te worden ingenomen door verkopers die streekproducten verkopen. Een streekproduct is een product dat vervaardigd of geoogst is in ‘t Groene Hart gebied (gebied tussen de grote steden van West-Nederland). minimaal 70% streekproducten en maximaal 30% biologisch / boerenproducten van buiten de streek per handelaar mag worden aangeboden. Standhouders op de streekmarkt verplichten zich het ”verhaal” en de geografische herkomst van hun product in de kraam te vertellen door middel van informatiemateriaal en mondelinge informatie aan de klant.
4. Wekelijks zijn er twee zgn. wisselkramen voor de streekmarkt beschikbaar voor organisaties of verenigingen die het Groene Hart promoten. De wisselkramen kunnen ook ter beschikking worden gesteld aan een standhouder die maximaal maandelijks met een streek en/of ambachtelijk product van elders op de streekmarkt aanwezig kan zijn ;
Artikel 2
De inrichting van de markten en de branche-indeling
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit bij de Marktverordening