1. De vergunninghouder dient: a. ervoor te zorgen dat zijn standplaats steeds een goed verzorgd aanzien biedt; b. tijdens de markt zelf zijn afval, verpakkingsmaterialen en dergelijke in te zamelen en af te voeren; c. uit te stallen binnen de beschikbaar gestelde ruimte; d. voordat hij het marktterrein verlaat zijn standplaats en de onmiddellijke omgeving daarvan veegschoon en vetvrij achter te laten en het afval in de daarvoor bestemde afvalbakken te deponeren.
2. De vergunninghouder aan wie de vergunning is verleend om geringe eet- en drinkwaren voor consumptie gereed te maken en te verkopen, dient aan de voorzijde van zijn standplaats voldoende afvalbakken te plaatsen.
3. Het is de standplaatshouder verboden op zijn standplaats: a. gebruik te maken van andere dan elektrische verlichting; b. elektriciteit te betrekken van een ander dan degene die door het college voor het leveren daarvan is aangewezen of om zelf hierin te voorzien.
4. Het is verboden: a. op de standplaats gebruik te maken van luidsprekers, versterkers en andere middelen ter versterking van het geluid; b. radio’s, cd-spelers en overige geluidsapparatuur op de standplaats, voor een ander doel dan verkoop daarvan aanwezig te hebben; 5. Het college kan, eventueel onder nader te stellen voorwaarden, ontheffing verlenen van de in lid 3 en 4 genoemde verboden.