Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.

Regels rond verstrekking en verantwoording

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2013

1.1. Verstrekking in de vorm van een persoonsgebonden budget kan worden geweigerd indien: op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget; eerder willens en wetens misbruik is gemaakt van een persoonsgebonden budget. doelmatigheidsoverwegingen. 1.2. De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt plaats in alle gevallen na aanschaf van een hulpmiddel of voorziening, na afloop van de verstrekking of in het geval van hulp bij het huishouden na afloop van elk kwartaal. Iedere budgethouder dient hiertoe de volgende stukken aan te leveren: de nota/factuur van de aangeschafte voorziening; een betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening; in het geval van hulp bij het huishouden, een overeenkomst HbH tussen de budgethouder en de hulpverlener, een overzicht van de salarisadministratie met bewijsmiddelen. De budgethouder zal hierbij het geld aan de hulpverlener per bank/giro moeten overmaken; indien van toepassing, bij hulp bij het huishouden, bewijsstukken dat gebruik wordt gemaakt van een professionele zorgorganisatie (gesloten overeenkomst en betalingsbewijzen). 1.3. Controle over deze verantwoording vindt steekproefsgewijs plaats door het college. Er wordt gecontroleerd of het persoonsgebonden budget besteed is aan het doel waarvoor het is verstrekt. Is het persoonsgebonden budget anders besteed dan bedoeld, dan kan het college het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terug vorderen. 1.4. Om de budgethouder volstrekt duidelijk te laten zijn wat met het persoonsgebonden budget dient te worden aangeschaft en aan welke vereisten de aan te schaffen voorziening dient te voldoen, wordt een zo nauwkeurig mogelijk omschreven programma van eisen bij de beschikking gevoegd. Wordt dan toch een voorziening aangeschaft die niet aan het programma van eisen voldoet, dan is gehandeld in strijd met de beschikking. In het geval van hulp bij het huishouden zal de ingezette hulp voor type HbH 2 en HbH 3 van gelijkwaardig niveau moeten zijn als de natura-variant. Zie voor een nadere uitwerking ook de beleidsregels. 1.5. Het deel van het toegekende persoonsgebonden budget dat niet wordt besteed aan de geïndiceerde hulp bij het huishouden of voorziening, wordt niet uitgekeerd, of dient te worden terugbetaald aan de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel