Objectbeschrijving
Op diverse plekken in het buitengebied zijn van oudsher burgerwoningen aanwezig: bescheiden arbeidershuisjes, woningen en villa's.
Het aantal burgerwoningen neemt de laatste jaren toe. Het gaat daarbij om toevoegingen en om veranderingen waarbij agrarische functies plaats maken voor woonfuncties. Het betreft veelal vrijstaande woningen die refereren aan een boerderijstijl of villa's met een historiserende maar ook met een moderne architectuur.
De woningen hebben overwegend één bouwlaag en nooit meer dan twee bouwlagen. Er komen veel verschillende dakvormen voor. De vormen van de massa zijn voornamelijk enkelvoudig en geometrisch. Detailleringen, kleur- en materiaalgebruik zijn zeer divers.
Waardebepaling, ontwikkelingen en beleid
Vooral de gebieden dicht bij de kernen hebben een grote aantrekkingskracht, door de beschikbare ruimte en de extensieve bebouwingsdichtheid. Het extensieve karakter van het buitengebied moet behouden blijven.
Objectcriteria
Ruimtelijke structuur
De bouwwerken passen in de omgevingskarakteristiek (bebouwing) en de bestaande organisatie op het perceel en zijn gerelateerd aan de landschappelijke inrichting.
Plaatsing
In de directe nabijheid van de weg, is de woning georiënteerd op de weg.
De plaatsing van bijgebouwen is ondergeschikt aan het hoofdgebouw.
Massa en vorm
De hoofdvorm is enkelvoudig en rechthoekig.
Aan- en uitbouwen zijn in de massa ondergeschikt aan het hoofdgebouw en worden terughoudend vormgegeven.
Er worden ononderbroken, forse kappen toegepast.
De nokrichting is in de verkavelingsrichting van het landschap.
Detaillering, kleur- en materiaalgebruik
De gevelgeleding wordt gekenmerkt door een evenwichtige, hiërarchische opbouw.
De hoofdmaterialen zijn natuurlijke materialen: (bak-)steen, pleisterwerk, hout, gegolfde dakpannen,riet en grasdak.
De hoofdkleuren zijn gedempte (aard-)kleuren of stucwerk in gebroken wit of grijs.
Kleurgebruik en detaillering van aan- en uitbouwen zijn afgestemd op de hoofdmassa.
Materiaalgebruik en kleuren van bijgebouwen in de nabijheid van het hoofdgebouw zijn afgestemd op het hoofdgebouw.
Bij verbouw worden bestaande details gerespecteerd.
De bebouwing is niet gebonden aan een bepaalde bouwstijl.
De woningen hebben een individuele uitstraling.
Eventuele nadere bepalingen per gebied zijn te vinden in de gebiedsbeschrijving en –criteria.
Hoofdstuk
Artikel 7.3
Object niet agrarische woonbebouwing
Onderdeel van WELSTANDSNOTAGEMEENTE PUTTEN Vastgesteld bij besluit van de raad van 7 februari 2013 nr. 291549