Objectbeschrijving
Het komt voor dat agrarische bedrijven hun functie verliezen of veranderen/ inkrimpen waardoor bijgebouwen vaak omgebouwd worden t.b.v. van andere activiteiten of functies. Bijgebouwen van de traditionele agrarische bedrijven zijn meestal discreet, ondanks de soms zorgvuldig gemetselde gevels en sobere ornamentiek (raamdorpels en windveren).
Waardebepaling, ontwikkelingen en beleid
De uitstraling van een traditioneel complex is vaak te danken aan de opzet en schakering van de gebouwen waar ook de schuren bijhoren. Bij verandering van functie is het van belang dat het bebouwingsbeeld, de architectonische karakteristieken en kleur- en materiaalgebruik gehandhaafd blijven en dat het uiterlijk niet aangetast wordt. Dit betekent dat wijzigingen in de gevels, openingen en dakvorm geen uitgangspunt zijn bij functieverandering.
De oorspronkelijke bebouwing (voor verandering van functie) vormt het kader voor de welstandstoets.
Objectcriteria
Ruimtelijke structuur
De bestaande organisatie op het perceel en zijn gerelateerd aan de landschappelijke inrichting.
Plaatsing
De plaatsing is ondergeschikt aan het hoofdgebouw (woning).
Massa en vorm
De hoofdvorm is de oorspronkelijke opzet (meestal enkelvoudig en rechthoekig).
Detaillering, kleur- en materiaalgebruik
De gevels zijn in metselwerk uitgevoerd. Ander materiaal, is waar nodig en op kleine schaal toegestaan, mits het algemeen beeld en gevelopbouw gerespecteerd blijven.
De dakvlakken worden in pannen uitgevoerd. Ander materiaal is toegestaan mits in grijze of donkere tinten uitgevoerd, afwijkend van de gevelkleur en voorzien van een (golfplaten- of dakpan-) profiel.
Eventuele nadere bepalingen per gebied zijn te vinden in de gebiedsbeschrijving en -criteria.
Hoofdstuk
Artikel 7.5
Object bedrijfsbebouwing van voormalige agrarische bedrijven
Onderdeel van WELSTANDSNOTAGEMEENTE PUTTEN Vastgesteld bij besluit van de raad van 7 februari 2013 nr. 291549