Gebiedsbeschrijving
De historische kern van Putten ligt binnen de Brinkstraat, Dorpsstraat, Engweg en Voorthuizerstraat. De kern is ontstaan op het kruispunt van de Achterstraat, Dorpsstraat, Molenweg, Bakkerstraat en Garderenseweg, waar het huidige (winkel)centrum is gevestigd. Het is een gebied waarin verschillende voorzieningen zijn geconcentreerd, zoals winkels, dienstverlening, horeca, enkele bedrijven en kantoren. Aan de randen van het gebied neemt het aandeel van de woonfunctie toe.
De bebouwingsdichtheid is relatief hoog; in sommige delen zijn ook de achterterreinen helemaal volgebouwd. Een aantal binnenterreinen heeft nog een tamelijk open karakter. Als invulling tussen de oude bebouwing zijn enkele nieuwbouwprojecten geplaatst.
De meeste bebouwing is direct aan de straat gelegen en staat in één rooilijn, waardoor het gebied een steenachtig karakter heeft. Alle bebouwing is op de weg georiënteerd en staat dicht op elkaar. De hoogte van de bebouwing varieert, evenals de breedte van de percelen en voorgevels. Voortuinen zijn hier niet of nauwelijks te vinden. Het gebied ademt de sfeer van een dorpscentrum.
De bebouwing in het centrum is zeer gevarieerd, mede doordat in de loop van de jaren open plekken zijn opgevuld en woningen zijn vervangen. De hoofdvorm staat direct aan de straat, terwijl aanbouwen en bijgebouwen vrijwel allemaal aan de achterzijde gelegen zijn. Door de grote variatie in bouwstijlen is er geen eenduidig beeld in de kaprichting.
Een groot deel van de winkelpanden aan de Dorpsstraat heeft aan de voorzijde een luifel die boven- en onderpui van elkaar scheidt.
In de historische kern bevinden zich enkele monumenten en ook een aantal zeer waardevolle gebouwen.
Detaillering, kleur- en materiaalgebruik
In het algemeen is voor de bebouwing bruine baksteen gebruikt, een enkele keer wit pleisterwerk. Er komen vooral dakpannen in donkere tinten voor. Omdat de bebouwing in dit deelgebied organisch gegroeid is, is er geen eenduidige detaillering te onderscheiden. Bovendien zijn veel panden vernieuwd en/of verbouwd. Moderne invullingen staan hier naast karakteristieke oude bebouwing. Ook wat het kleur- en materiaalgebruik betreft is er een grote verscheidenheid.
Waardebepaling, ontwikkeling en beleid
Het behoud van het karakter van het historische dorpsgebied, in een lange reeks van jaren opgebouwd, is van groot belang voor de identiteit van het dorp als geheel. De karakteristieke verschijningsvorm, samenhang en sfeer zijn waardevol. Ingrepen die tot een verstoring van dit beeld leiden dienen te worden vermeden.
Het beleid is gericht op behoud en waar nodig, versterking van de ruimtelijke karakteristiek. Deze komt vooral tot uitdrukking in de losse opstelling van de bebouwing, in het individuele en kleinschalige karakter van de panden enerzijds en in het samenhangende architectonisch karakter van de gevels anderzijds. Verdichting en schaalvergroting, door het dynamische karakter van de centrumfunctie, is slechts in beperkte mate mogelijk. De aanvragen daarvoor zullen met aandacht voor de specifieke ruimtelijke kenmerken van het historisch dorpsgebied zoals openheid, relatie met het landschap, doorzichten e.d. benaderd worden. Dit geldt voor de veranderingen in de openbare ruimte en die aan de panden. Nieuwe bebouwing zal wat betreft schaal en ook wat betreft kleur- en materiaalgebruik in harmonie met de bestaande bebouwing ontworpen moeten worden.
Scherpe contrasten dienen te worden vermeden. Een zekere mate van terughoudendheid wordt betracht bij de toelating van reclame, luifels, puien, rolluiken e.d. Deze zal altijd ondergeschikt dienen te blijven aan het ruimtelijke architectonische beeld van de omgeving.
Het beleid is vooral gericht op het behoud van variatie binnen het samenhangende beeld van het historische dorpsgebied. Dit houdt in dat het individuele karakter van de panden voorop staat. Om de samenhang en harmonie in het historische dorpsbeeld te bewaren, is het bij nieuwbouw essentieel dat de gebiedskenmerken tot uitgangpunt worden genomen.
Ingrepen als hekjes, luifels, reclame e.d. dienen ondergeschikt te blijven.
Welstandscriteria
Algemeen
Aan de structuur, de opbouw en de breedte van de bebouwing is het oorspronkelijke ruimtelijke karakter, met als uitgangspunt kleinschaligheid, diversiteit en de historische ontwikkeling, afleesbaar.
Plaatsing
Het ruimtelijke karakter is gebaseerd op de gegroeide kleinschaligheid, openheid en diversiteit.
Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bestaande bebouwing in de omgeving.
De parcellering, de positie en de oriëntatie van de oorspronkelijke bebouwing zijn richtinggevend bij nieuwbouw.
Bedrijfsbebouwing staat op het achtererf. (historische 'deel' staat aan de straat.
Verspringingen in de rooilijn blijven binnen de uitersten van de naastgelegen bebouwing.
Het wisselende bebouwingbeeld van herkenbare individuele panden wordt in stand gehouden.
Panden zijn gericht naar de openbare ruimte.
Zijgevels die duidelijk zichtbaar zijn vanaf de openbare weg zijn als voorgevel behandeld.
Massa en vorm bebouwing
De inpassing van massa en vorm tussen de bestaande bebouwing is zorgvuldig.
De bouwhoogte is afgestemd op de bouwmassa en de kapvorm van de belendende omgeving.
Stedenbouwkundige accentuering kan een extra verdieping motiveren.
Bij panden die een stedenbouwkundige geheel vormen, blijven toevoegingen per pand ondergeschikt aan de hoofdstructuur en de ritmiek van het geheel.
De bestaande samenhang en afwisseling in de vormgeving van de kappen in de omgeving blijven gehandhaafd.
De vormgeving van het dak is afgestemd op het karakter van het betreffende pand.
Gevels
Bij verbouw en renovatie worden de oorspronkelijke gevelopbouw, ornamentiek en het materiaal- en kleurgebruik gerespecteerd.
Originele puien in de panden respecteren, d.w.z. de aanwezige omlijstingen, kroonlijsten, penanten, tussenkolommen en borstweringen handhaven.
Oorspronkelijke plinten handhaven, bij nieuwe puien plinten in steenachtig materiaal aanbrengen.
Bij verbouw en renovatie worden de maat en schaal van de gevelindeling gerespecteerd.
Bij verbouw en renovatie zijn de geleding en ritmiek van de gevel verticaal gericht.
Pui ontwerpen in goede samenhang met de architectuur van het oorspronkelijke pand. Passend bij de schaal en de maat van de totale gevel.
Geheel of vrijwel geheel geblindeerde glaspartijen en geheel of vrijwel geheel gesloten gevelvlakken zijn op straatniveau niet toegestaan.
Detaillering, kleur- en materiaalgebruik
Het kleurgebruik is ondergeschikt en dient zodanig toegepast te worden dat deze de architectuur ondersteund. Voor de hoofdmaterialen worden aardkleuren toegepast, in combinatie met donkere of rode dakpannen.
De kleuren van stucwerk of geschilderde gevels zijn afgestemd op het kleurgebruik in de omgeving.
Kleuren van dakpannen en gevels zijn op elkaar afgestemd.
Geen felle, dominante of sterk contrasterende kleuren toepassen.
Het schilderen van schoon metselwerk is niet toegestaan.
Bij verbouwing of renovatie het oorspronkelijke materiaal en kleurgebruik tot uitgangspunt nemen.
In hoofdzaak bakstenen voor gevels en dakpannen op de daken toepassen.
Glas, spiegelende oppervlakken, kunststof en volkern plaat worden niet toegepast bij beplating van gevels.
Welstandsniveau
Bij de interpretatie van de welstandscriteria in dit deelgebied word een 'reguliere toets' toegepast zoals deze staat beschreven in paragraaf 2.5.
Hoofdstuk
Artikel 9.1
Historische kern
Onderdeel van WELSTANDSNOTAGEMEENTE PUTTEN Vastgesteld bij besluit van de raad van 7 februari 2013 nr. 291549